← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:7172

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2621 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Walls), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve). Procesverloop Verzoeker heeft op 17 februari 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Bij besluit van 21 februari 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht verweerder in de kosten van deze procedure te veroordelen. Bij schrijven van 8 maart 2022 heeft verweerder op dit verzoek gereageerd. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
  2. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra: a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
  3. De rechtbank stelt vast dat verzoeker verweerder bij brief van 3 februari 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is door verzoeker ingediend op 17 februari
  4. Uit artikel 6:12, tweede lid, onder b van de Awb volgt dat een beroepschrift kan worden ingediend zodra twee weken zijn verstreken na de dag waarop het bestuursorgaan schriftelijk is medegedeeld dat het in gebreke is. Op 17 februari 2022 was deze termijn nog niet verstreken. Het beroep is daarom prematuur ingediend. De rechtbank zou het beroep daarom als het niet was ingetrokken, niet-ontvankelijk hebben moeten verklaren. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten reeds hierom niet voor inwilliging in aanmerking komt.
  5. De rechtbank zal het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten afwijzen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.