← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:7334

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/7890 uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van 22 juni 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [v-nummer] (gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 13 oktober 2020 aan verzoeker een verblijfssticker ‘Verblijfsaantekeningen vervolgprocedures’ verstrekt, met de aantekening ‘arbeid niet toegestaan’. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze feitelijke handeling. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt verweerder op te dragen een verblijfssticker in zijn paspoort te plaatsen met daarop de vermelding van de arbeidsaantekening dat hij arbeid mag verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. Bij besluit van 26 februari 2021 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verweerder heeft op 16 september 2021 een verweerschrift ingediend. Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 11 februari

  1. Met instemming van partijen is de zitting achterwege gebleven. Overwegingen
  2. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
  3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder bij besluit van 26 februari 2021 op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. Tegen dit besluit heeft verzoeker geen beroep ingesteld. Dit heeft de gemachtigde van verzoeker telefonisch aan de griffier bevestigd.
  4. Nu tegen de beslissing op het bezwaar van verzoeker geen beroep is ingesteld, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
  5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juni
  6. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.