RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19300 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Habib-Portier), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.19299, op 18 mei 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Bij besluit van 17 mei 2022 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en meegedeeld dat opnieuw op de aanvraag beslist zal worden. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat hij bereid is de proceskosten voor het beroep en verzoek gezamenlijk tot een bedrag van € 759 te vergoeden. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.