vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/609916 / HA ZA 21-321 Vonnis van 15 juni 2022 in de zaak van 1de vereniging HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAPte Utrecht , 2. STICHTING DE REPUBLIKEIN, te Amsterdam , eiseressen, advocaat mr. N.A.W.E. Jansen te Utrecht , tegen 1DE STAAT DER NEDERLANDEN (Het Ministerie van Algemene Zaken), te Den Haag , 2. MR. [gedaagde] te [plaats 2] , in zijn hoedanigheid van gemachtigde (ex artikel 77 Rv) van [naam] , te [plaats 3] , gedaagden, advocaat mr. R.W. Veldhuis te Den Haag . Partijen zullen hierna het Republikeins Genootschap , de Republikein, de Staat en de Koning genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 2 producties, de conclusie van antwoord met 1 productie. 1.2. Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een mondelinge behandeling zal worden gelast. 2Het geschil 2.1. Eisers vorderen in deze zaak dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. de Staat en de Koning beveelt de door hen gevorderde bescheiden te overleggen op straffe van verbeurte van een dwangsom; 2. een verklaring geeft voor recht dat de Staat handelt in strijd met artikel 6 EVRM en daarmee onrechtmatig jegens het Republikeins Genootschap en de Republikein, doordat de bevoegdheden, het bijzonder procesrecht en de tradities rondom de Koning afbreuk doen aan een eerlijk proces in procedures waarin de Koning partij is; 3. de Staat beveelt om maatregelen te nemen die bevorderen dat de Koning geen onderdeel meer uitmaakt van zowel de wetgevende, de uitvoerende als de rechtsprekende macht om mogelijk te maken dat de Koning toegang krijgt tot een (van hem) onafhankelijke rechter dan wel op een door de rechter in goede justitie te bepalen wijze; 4. de Koning beveelt om geen procedures bij de rechter aanhangig te maken tegen de pers of anderen nu het concrete en realistische gevaar dreigt dat die procedures niet conform artikel 6 EVRM zullen zijn of een ander in goede justitie te bepalen tijdelijk bevel om schending van het verdrag zoveel mogelijk te voorkomen; met veroordeling van de Staat en de Koning in de proceskosten. 2.2. Het gaat in deze procedure om collectieve vorderingen in de zin van artikel 3:305a BW, waarmee het Republikeins Genootschap en de Republikein opkomen voor een algemeen belang. Het Republikeins Genootschap streeft naar democratisering en een staatsinrichting zonder erfopvolging. Stichting de Republikein is de uitgever van het tijdschrift De Republikein dat schrijft over alle onderwerpen die raken aan fundamentele hervormingen richting een democratische rechtstaat. Het Republikeins Genootschap en de Republikein voeren over hun belang bij de vorderingen het volgende aan. De Republikein wordt als uitgeverij direct geraakt door de mogelijkheid van een procederende Koning en het Republikeins Genootschap is zeer betrokken bij de institutionele rol van de democratische media als waarborg tegen machtsmisbruik door de koning. Regelmatig bestempelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de pers als de spreekwoordelijke waakhond voor de democratie, die zorgt voor checks and balances waarmee getracht wordt te voorkomen dat instituties en personen misbruik maken van hun macht. Veroordeling van media door de rechter kunnen een chilling effect hebben waardoor de vervulling van de waakhondfunctie van de pers wordt bemoeilijkt. Burgerrechtorganisaties zoals het Republikeins genootschap hebben volgens het EHRM een functie die vergelijkbaar is met die van de media; social watchdog. Het Republikeins genootschap ‘blaft’ dan ook in deze procedure omdat de Koning succesvol procedeert tegen de media zonder dat in alle opzichten is voldaan aan de eisen die gesteld moeten worden aan een eerlijk proces. Dat is niet acceptabel, aldus het Republikeins Genootschap en de Republikein. Het Republikeins Genootschap heeft via 935 donateurs deze rechtszaak bekostigd en de helft van de donateurs was geen lid van de vereniging. Daaruit blijkt volgens het Republikeins Genootschap en de Republikein dat het onderwerp – de macht van de Koning – leeft in de Nederlandse samenleving. 2.3. De Staat en de Koning voeren verweer en concluderen in de eerste plaats dat het Republikeins Genootschap en de Republikein niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen. Zij wijzen erop dat niet is voldaan aan de eisen die in artikel 3:305a BW en in artikel 1018c Rv worden gesteld aan de collectieve actie. 3De beoordeling 3.1. Voor de collectieve actie gelden bijzondere procedureregels die zijn neergelegd in artikel 1018b en volgende Rv. 3.2. De rechtbank heeft geconstateerd dat is voldaan aan de vereisten uit artikel 1018c lid 2 Rv, te weten het indienen van de dagvaarding ter griffie van de rechtbank binnen twee dagen na dagvaarding onder gelijktijdige aantekening van de dagvaarding in het centraal register voor collectieve acties. Vervolgens is de zaak voor drie maanden aangehouden overeenkomstig artikel 1018c lid 3 Rv. 3.3. Op grond van artikel 1018c lid 5 Rv vindt inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering slechts plaats indien en nadat de rechter heeft beslist:a. dat eiser voldoet aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW (of niet aan die eisen hoeft te worden voldaan op grond van artikel 3:305a lid 6);b. dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering doordat de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt, voldoende is en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot financieel belang hebben, en c. dat niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vordering blijkt op het moment waarop het geding aanhangig wordt. 3.4. Ten aanzien van grond a (ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a BW) geldt het volgende. Een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid kan een vordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen (collectieve vordering) indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: zij behartigt deze belangen ingevolge haar statuten (lid 1), deze belangen zijn voldoende gewaarborgd (lid 1, uitgewerkt in lid 2), de bestuurders betrokken bij de oprichting van de stichting of vereniging, en hun opvolgers, hebben geen rechtstreeks of middellijk winstoogmerk, dat via de stichting of vereniging wordt gerealiseerd (lid 3 sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.