RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/3805 uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juli 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Karkache), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel). Procesverloop Verweerder heeft op 23 mei 2022 geweigerd te voldoen aan een verzoek van verzoeker tot het aanbrengen van een verblijfssticker in zijn paspoort. Tegen deze weigering, die ingevolge artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is aan te merken als een met een beschikking gelijkgestelde handeling, heeft verzoeker op 20 juni 2022 bezwaar gemaakt. Op diezelfde datum heeft verzoeker ook de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt de voorzieningenrechter verweerder te bevelen om hangende de bezwaarprocedure aan verzoeker een verblijfssticker af te geven. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. 2. Ter discussie staat of verzoeker (procedureel) rechtmatig verblijf ingevolge artikel 8, aanhef en onder f en/of h, van de Vw heeft en op grond daarvan in het bezit moet worden gesteld van een verblijfssticker (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder f en/of g, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000). 3.1. Voor zover verzoeker betoogt dat hij een verblijfssticker ontleent aan een op 17 november 2021 ingediende verblijfsaanvraag, overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder deze aanvraag op 28 december 2021 buiten behandeling heeft gesteld. Verzoeker ontleent aan deze aanvraag dan ook geen verblijfsrecht op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw meer (zie ook de uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 januari 2022, AWB 21/5836). 3.2. Verzoekers betoog dat hij op 31 december 2021 bezwaar heeft gemaakt tegen voornoemd besluit van 28 december 2021, dat op dit bezwaar nog niet is beslist en dat hij aan dit lopende bezwaar een verblijfssticker ontleent, volgt de voorzieningenrechter evenmin. Artikel 73, eerste lid, van de Vw bepaalt dat de werking van het besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning wordt opgeschort totdat de termijn voor het maken van bezwaar is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, totdat op het bezwaar is beslist. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder heeft overwogen (uitspraken 13 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP1675 en 26 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN9881), is artikel 73, eerste lid, van de Vw blijkens zijn bewoordingen niet van toepassing op een bezwaar tegen het buiten behandeling laten van een aanvraag. Een bezwaarschrift tegen een dergelijke beslissing heeft al hierom geen schorsende werking en levert geen rechtmatig verblijf op als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw. 3.3. Verzoekers betoog dat hij een verblijfssticker ontleent aan zijn bezwaar tegen de weigering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.