← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:7911

Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummers: SGR 21/1027, SGR 21/1030, SGR 21/1032, SGR 21/1033, SGR 21/1037, SGR 21/1038, SGR 21/1039, SGR 21/1040, SGR 21/1041, SGR 21/1042, SGR 21/1043, SGR 21/1044 uitspraak van de meervoudige kamer van 2 augustus 2022 in de zaken tussen [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels), en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft met dagtekening 31 oktober 2020 aan eiseres voor de jaren 2019 en 2020 aanslagen rioolheffing gebruiker, afvalstoffenheffing, watersysteemheffing gebruiker en zuiveringsheffing opgelegd. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 30 december 2020 de aanslagen vernietigd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft op verschillende data een beroep op betalingsonmacht ter zake van het verschuldigde griffierecht gedaan. Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli

  1. Namens eiseres heeft haar gemachtigde daaraan via videoverbinding deelgenomen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. [A] , bijgestaan door een collega. Overwegingen Feiten
  2. De aanslagen hebben betrekking op de belastingjaren 2019 en 2020 en een zestal objecten: [object] [nummer] , 1e verdieping links (resp. zaaknummers 21/1027 en 21/1039); [object] [nummer] , 2e verdieping links (resp. zaaknummers 21/1030 en 21/1040); [object] [nummer] , 1e verdieping rechts (resp. zaaknummers 21/1032 en 21/1041); [object] [nummer] , 2e verdieping rechts (resp. zaaknummers 21/1033 en 21/1042); [object] [nummer] , 3e verdieping (resp. zaaknummers 21/1037 en 21/1043); [object] [nummer] , 4e verdieping (resp. zaaknummers 21/1038 en 21/1044).
  3. Bij de uitspraken op bezwaar is aan eiseres een kostenvergoeding toegekend van € 783 (1 punt voor indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting met een waarde per punt van € 261 en een wegingsfactor 1 en wegingsfactor 1,5 (meer dan vier samenhangende zaken)). De kostenvergoeding is verdeeld over twee uitspraken op bezwaar (€ 391,50 per uitspraak op bezwaar).
  4. Ter zitting heeft eiseres het beroep op betalingsonmacht ter zake van het verschuldigde griffierecht (eenmaal € 360,- voor 12 samenhangende zaken) en de verzoeken om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, ingetrokken. Geschil
  5. In geschil is of eiseres voor een hogere kostenvergoeding voor de bezwaarfase in aanmerking komt.
  6. Eiseres stelt dat verweerder de kostenvergoeding van € 783 per belastingjaar dient toe te kennen, zodat de kostenvergoeding in totaal € 1.566 bedraagt.
  7. Verweerder stelt dat de kostenvergoeding tot het juiste bedrag is toegekend. Beoordeling van het geschil
  8. De rechtbank merkt eerst op dat eiseres naast het verhandelde ter zitting bijna uitsluitend algemene en niet concrete argumenten over (de WOZ-waarden van) de onder
  9. genoemde objecten heeft aangevoerd. Aangezien de aanslagen niet gerelateerd zijn aan de WOZ-waarden van deze objecten en de aanslagen bovendien in de bezwaarfase zijn vernietigd, gaat de rechtbank aan deze stellingen voorbij.
  10. Omdat het beroep zich mede richt tegen de hoogte van de door verweerder vastgestelde kostenvergoeding, heeft eiseres een procesbelang zodat de beroepen ontvankelijk zijn (vgl. Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:878).
  11. In artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) is bepaald dat samenhangende zaken voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit worden beschouwd als één zaak. Op grond van het tweede lid zijn samenhangende zaken door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Daarbij dient per fase van de procedure (bezwaar- dan wel beroepsfase) te worden beoordeeld of sprake is van samenhangende zaken.
  12. Verweerder heeft eenmaal een kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend van €
  13. Hij heeft hiermee kennelijk beoogd vast te stellen dat sprake is van samenhangende zaken (twee belastingjaren en zes objecten). De bezwaren van eiseres tegen de aanslagen 2019 en 2020 zijn door dezelfde gemachtigde gelijktijdig en met een gelijkluidende motivering ingediend. Ter zitting heeft eiseres desgevraagd niet ontkend dat sprake is van onderlinge samenhang. De bezwaren zijn dan ook terecht aangemerkt als samenhangende zaken. Dit betekent dat de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van € 783 juist is vastgesteld. Dat verweerder de kostenvergoeding heeft verdeeld over twee uitspraken op bezwaar doet hier niet aan af.
  14. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard. Proceskosten
  15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, voorzitter, en mr. E.I. Batelaan-Boomsma en mr. J.G.E. Gieskes, leden, in aanwezigheid van mr. M.B.K. Stroosnier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus
  16. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.