Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7289 beslissing van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 juni 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. M.P. de Boo. Procesverloop Bij besluit van 20 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk verklaard. Verder heeft verweerder eiser een vertrektermijn onthouden en bepaald dat hem een inreisverbod voor de duur van twee jaar wordt opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.7290, op 12 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Emechete. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Bij bericht van 18 mei 2022 heeft de rechtbank het onderzoek weer heropend en verweerder gevraagd om de aan het onderzoeksresultaat van Bureau Documenten ten grondslag liggende stukken te overleggen. Verweerder heeft deze stukken overgelegd en heeft daarbij een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en verzocht te bepalen dat uitsluitend de rechtbank van deze stukken kennisneemt. Op 1 juni 2022 heeft deze kamer van de rechtbank kennis genomen van de gegevens die aan het onderzoeksresultaat van Bureau Documenten ten grondslag hebben gelegen. Overwegingen
- Op grond van artikel 8:28 van de Awb zijn partijen aan wie de bestuursrechter heeft verzocht om schriftelijke inlichtingen te geven verplicht deze te geven.
- Op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kunnen partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, aan de bestuursrechter meedelen dat uitsluitend hij kennis mag nemen van schriftelijke inlichtingen. Op grond van het derde lid beoordeelt de bestuursrechter of beperkte kennisneming is gerechtvaardigd.
- Verweerder heeft de Verklaring van Onderzoek door Bureau documenten van 17 maart 2022 en de nieuwe Verklaring van Onderzoek van 11 mei 2022 overgelegd met het verzoek om beperking van de kennisneming. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat het bij deze gegevens gaat om informatie over de methoden van onderzoek, technieken en bronmateriaal die zouden kunnen leiden tot (het verbeteren van) vervalsingen of inzicht geven in de methoden van onderzoek van het Bureau documenten.
- Na kennis te hebben genomen van de stukken komt de rechtbank tot het volgende oordeel.
- De rechtbank is van oordeel dat het er inderdaad sprake is van gewichtige redenen en dat het belang bij beperkte kennisneming in dit geval zwaarder weegt dan het individuele belang van eiser bij het verkrijgen van onbeperkte inzage in de onderliggende stukken. Daartoe is van belang dat de informatie, althans de zwartgelakte delen daarvan, inzage biedt in de onderzoeksmethoden van Bureau Documenten. De gewichtige reden is dat met het (ook aan eiser en dus niet beperkt) overleggen van deze stukken verweerder de onderzoeksmethode van het Bureau Documenten (deels) moet prijsgeven. Het is voor verweerder van groot belang dat hij dat niet hoeft. Juist in asielzaken is het kunnen gebruiken van deskundigenonderzoek van documenten, van belang. De besluitvorming in zaken als de onderhavige rust immers vaak voor een groot deel op onderzoek van documenten. Het prijsgeven van de methoden van onderzoek van die documenten zou betekenen dat verweerder documenten als het onderhavige niet meer op deze wijze in zijn beoordeling kan betrekken, omdat dan op die methode van onderzoek geanticipeerd kan worden. Terwijl verweerder waarschijnlijk geen andere methode daarvoor heeft of kan opzetten. Hoewel eiser er ook belang bij heeft om van de onderliggende stukken kennis te nemen, vindt de rechtbank het belang van verweerder doorslaggevend. Daarbij hecht de rechtbank er belang aan dat het voor eiser niet onmogelijk is om een contra-expertise van het stuk dat is onderzocht, te laten doen.
- De rechtbank wijst het verzoek van verweerder toe. Beslissing De rechtbank beslist dat beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Deze beslissing is op 10 juni 2022 gedaan door mr. E.R. Houweling, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier. griffier rechter Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing kan slechts tegelijkertijd met het eventuele hoger beroep tegen de einduitspraak van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld.