Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/540 WOB uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 maart 2022 in de zaak tussen [verzoekster] B.V., te [vestigingsplaats], verzoekster (gemachtigde: mr. K. van Lessen Kloeke), en Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), verweerder (gemachtigde: mr. M. Gayir). Procesverloop Op 26 maart 2021 is verweerder op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door een derde verzocht om openbaarmaking van “alle documenten die betrekking hebben op sponsorovereenkomsten, researchcontracten, consultancycontracten, dienstverleningscontracten, sprekersovereenkomsten en anderszins benoemde documenten van december 2020 tot heden tussen het UMCU en/of in dit ziekenhuis werkzame zorgprofessionals enerzijds en (rechts)personen die een coronavaccin produceren, in handel brengen, invoeren, in voorraad hebben, wederverkopen, afleveren dan wel aan een coronavaccin gerelateerde activiteiten verlenen anderzijds.” Bij besluit van 23 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om alle aangetroffen documenten gedeeltelijk openbaar te maken. De feitelijke openbaarmaking is uitgesteld met toepassing van artikel 6, vijfde lid, van de Wob. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Voorts heeft zij de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de tenuitvoerlegging van het primaire besluit wordt opgeschort tot en met zes weken na de beslissing op bezwaar. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar deze rechtbank. Bij brief van 31 januari 2022 heeft verweerder de voorzieningenrechter meegedeeld dat de openbaarmaking van stukken wordt opgeschort tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Op 3 februari 2022 heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Verweerder is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.