RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19881 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], eiseres mede namens haar minderjarige kinderen [naam kind 1] en [naam kind 2] (gemachtigde: mr. L. Sinoo), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 20 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.19882, op 19 januari 2022 op zitting behandeld te Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Gorges. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Eiseres is van Oekraïense nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]
- Op 2 september 2021 heeft zij – mede voor haar minderjarige kinderen – verzocht om een asielvergunning voor bepaalde tijd. Eiseres heeft het volgende aan deze asielaanvraag ten grondslag gelegd. In 2007 was haar familie geschokt door haar voornemen om te trouwen met een Syrische man. Eiseres is toen gevlucht naar Syrië. Enkele maanden later is haar vader overleden als gevolg van een hersenbloeding. Haar familie verwijt haar dat nog steeds en eiseres vreest dat zij en haar kinderen worden vermoord door haar familie als zij terugkeert naar Oekraïne.
- Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De problemen met familie vanwege het huwelijk met een Syrische man worden eveneens geloofwaardig geacht. Eiseres heeft echter volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat Oekraïne ten aanzien van haar zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en om die reden in haar geval niet als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Daarbij neemt verweerder in aanmerking dat eiseres op geen enkele wijze hulp of bescherming heeft gevraagd bij de (hogere) autoriteiten dan wel geëigende instanties van Oekraïne.
- Eiseres voert aan dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres loopt gevaar in haar land van herkomst en stelt dat zij voldoende heeft aangetoond dat zij geen bescherming kan verwachten van de Oekraïense autoriteiten. De CCPR-rapportage geeft een duidelijk beeld dat het doen van aangifte zinloos is. Eiseres stelt ook dat zij lange tijd geleden Oekraïne heeft verlaten en dat de beoordeling van verweerder moet plaatsvinden aan de hand van de actuele situatie. De rechtbank oordeelt als volgt.
- Niet in geschil is dat Oekraïne in zijn algemeenheid kan worden aangemerkt als een veilig land van herkomst. Er moet daarom van uit worden gegaan dat de autoriteiten bescherming bieden tegen vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit in haar geval anders is.
- Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat Oekraïne jegens haar zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat in haar specifieke geval Oekraïne niet veilig is. Eiseres vreest problemen met haar familie vanwege een conflict dat zich in 2007 heeft voorgedaan. Sindsdien heeft zij buiten Oekraïne gewoond. Zij heeft echter in 2012 enkele maanden in Oekraïne verblijf gehad vanwege de bevalling van haar jongste kind. Ook is zij in augustus 2021 enkele weken in Oekraïne geweest om een nieuw Oekraïens paspoort te verkrijgen om in Nederland asiel aan te kunnen vragen. Tijdens deze verblijfperiodes in Oekraïne heeft zij geen problemen van haar familie ondervonden. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de problemen met haar familieleden nu nog zodanig ernstig zijn dat zij en haar kinderen een reëel risico lopen op schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar haar land van herkomst.
- Verweerder heeft voorts terecht opgemerkt dat eiseres niet heeft geprobeerd om, voor zover nodig, bescherming te zoeken bij de Oekraïense autoriteiten. Eiseres heeft immers noch bij haar vertrek uit Oekraïne in 2007, noch in 2012, noch toen zij in augustus 2021 haar paspoort ging vernieuwen aangifte gedaan van de gestelde bedreigingen. Niet is gebleken dat deze mogelijkheid voor eiseres niet bestaat of dat de Oekraïense autoriteiten haar niet zouden kunnen of willen helpen. Eiseres heeft niet geconcretiseerd hoe de aangehaalde passage van de CCPR-rapportage van 11 november 2021 op haar persoonlijke situatie van toepassing is. Dat er moeilijkheden voor vrouwen bestaan om aangifte te doen tegen (dreigend) geweld, betekent niet dat het niet mogelijk is om aangifte te doen bij, en bescherming te krijgen van, de autoriteiten in Oekraïne. Het uitgangspunt is immers dat Oekraïne in zijn algemeenheid een veilig land van herkomst is.
- Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres terecht afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres afkomstig is uit een veilig land van herkomst.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
- The Human Rights Committee, ‘Concluding observations on the eighth periodic report of Ukraine’, 5 november
- Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Pagina 4 van het rapport gehoor veilig land van herkomst.