RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL21.16285 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juli 2022 in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 26 oktober 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om verlenging geldigheid van de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning afgewezen en deze verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 13 maart 2016 ingetrokken. Dit besluit geldt ook als terugkeerbesluit. Bij besluit van 13 juni 2019 (de beslissing op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard. Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 4 juni 2021 het door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, de beslissing op bezwaar vernietigd en verweerder de opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar van verzoeker te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Bij besluit van 23 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder opnieuw op het bezwaar beslist en heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.