RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/4781 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2022 in de zaak tussen [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker en de staatssecretaris van Defensie, verweerder. Procesverloop In het besluit van 7 juli 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoeker laten weten dat hij niet in aanmerking komt voor een door hem geambieerde functie. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft de rechtbank op 15 augustus 2022 laten weten dat de geambieerde functie nog niet ingevuld wordt tot dat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. Overwegingen
- De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Nadat partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 29 augustus 2022 heeft verzoeker aangegeven pas na 4 oktober 2022 in de gelegenheid te zijn om een zitting bij te wonen. Verweerder heeft in reactie hierop telefonisch laten weten niet bereid te zijn het besluit tot vulling van de vacature zo lang aan te houden. Daarmee is voor de voorzieningenrechter een situatie van onverwijlde spoed ontstaan waardoor de bevoegdheid om zonder zitting uitspraak te doen ontstaat. De voorzieningenrechter stelt daarbij vast dat partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Waar gaat deze zaak over? 2 Verzoeker heeft gesolliciteerd op de geambieerde functie van [functienaam]. Uit de briefselectie is gebleken dat hij qua opleidingen en werkervaring onvoldoende aansluit op het gewenste profiel. Daarom is hij niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek en daarmee afgewezen voor de geambieerde functie. Wat vindt verzoeker hiervan? 3 Verzoeker vindt dat zijn werkervaring (nationaal en internationaal) en kennisopbouw wel overeen komen met de functiebeschrijving. Daarnaast heeft hij ook relevante werkervaring. Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter? 4 Het al dan niet toewijzen van een functie, met inbegrip van de te hanteren functie-eisen, berust op een discretionaire bevoegdheid. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter op dit gebied brengt dit met zich dat de toetsing door de bestuursrechter van de gebruikmaking van die bevoegdheid terughoudend is. Zij is in beginsel beperkt tot de beantwoording van de vraag of het bestuursorgaan bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door [A] gegeven toelichting en de toelichting in de selectiematrix voldoende motivering geven waarom verzoeker niet voldoet aan de vereiste/gewenste kwalificaties. De voorzieningenrechter stelt vast dat de voordelen en de nadelen van verzoekers ervaring zijn betrokken. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid kunnen komen tot de conclusie dat verzoeker onvoldoende aansluit bij de vereiste/gewenste kwalificaties. Conclusie 5 De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. 6 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 september
- griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3769