RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2160 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoekster, V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop In het besluit van 20 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER 'Verblijf als verzorgende ouder van een Nederlands kind' afgewezen. Verzoekster heeft tegen deze beslissing bezwaar ingesteld. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 7 juli 2022 heeft verweerder dit bezwaar gegrond geacht. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Overwegingen
- De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrechten (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
- In de beslissing op bezwaar van 7 juli 2022 geeft verweerder aan dat de eerste beslissing is herroepen omdat er sprake was van een onrechtmatigheid die aan het bestuursorgaan te verwijten is. Aan verzoekster is alsnog een Chavez-Vilchez verblijfsrecht toegekend omdat in de bezwaarprocedure is gebleken dat de overgelegde identiteits- en nationaliteitsdocumenten echt zijn gebleken.
- Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder (gedeeltelijk) tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759 met een wegingsfactor 0,5). Beslissing De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 379,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.