← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:9764

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.1066 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Jansen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 11 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 31 januari 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Su. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen

  1. Eiseres is van Chinese nationaliteit en is geboren op [1975] .
  2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiseres: 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; 3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van haar identiteit en nationaliteit; en als lichte gronden vermeld dat eiseres: 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
  3. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres betwist niet de feitelijke juistheid van de zware gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd en deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen. Dat eiseres - beweerdelijk - alleen naar Nederland is gekomen om te worden gevaccineerd tegen COVID-19, doet daar niet aan af. Lichter middel
  4. Daarnaast staven de genoemde gronden dat er ten aanzien van eiseres een risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen is. Daarbij komt het volgende. Aan eiseres is eerder een terugkeerbesluit met inreisverbod opgelegd. Op eiseres rust de verplichting om terug te keren naar China. Eiseres heeft in het vertrekgesprek dat op 17 januari 2022 met haar is gevoerd echter gezegd dat zij niet terug wil naar China, maar dat zij naar Spanje wil omdat zij daar wil werken om haar kinderen en ouders te kunnen onderhouden. Ter zitting heeft eiseres dit herhaald. Verweerder heeft kunnen concluderen dat eiseres niet zal meewerken aan haar terugkeer naar China. Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat eiseres niet over reisdocumenten beschikt. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregel dan de inbewaringstelling doeltreffend kon worden toegepast. Door eiseres is ook niet overtuigend gesteld dat een lichter middel voor de daadwerkelijke effectuering van haar vertrek kon worden volstaan. De beroepsgrond slaagt niet. Zicht op uitzetting
  5. Verder is niet gebleken dat uitzetting naar China niet mogelijk is. Er is een laissez passer (LP) aangevraagd en niet is gebleken dat de LP niet zal worden afgegeven. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het zicht op uitzetting van eiseres naar China ontbreekt. Voortvarend handelen
  6. Verweerder heeft op 17 januari 2022 een vertrekgesprek met eiseres gevoerd en op 18 januari is er een LP-aanvraag doorgeleid naar de Chinese autoriteiten. De rechtbank acht deze werkwijze voldoende voortvarend.
  7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 07 februari 2022 en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl Mr. J.G. Nicholson M.A.W.M. Engels Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.