Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/632508 / JE RK 22-1493 Datum uitspraak: 11 augustus 2022 Beschikking van de kinderrechter Opheffing ondertoezichtstelling in de zaak naar aanleiding van het op 19 juli 2022 ingekomen verzoekschrift van: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, betreffende: [minderjarige] geboren p [geboortedag] 201 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de vrouw] hierna te noemen: de moeder, en [de man 1] , hierna te noemen: de stiefvader, samen wonende te [woonplaats] . Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. Op 11 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen: de moeder; de stiefvader; [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling. Feiten [minderjarige] is erkend door [de man 2] De moeder is belast met het ouderlijk gezag. [minderjarige] verblijft bij de moeder en de stiefvader. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 december 2021 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 22 december 2021 tot 22 november
- Verzoek Het verzoek strekt tot opheffing van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De gecertificeerde instelling is van mening dat de zorgen over [minderjarige] voldoende zijn verminderd en er dus geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [minderjarige] heeft zijn behandeling bij GGZ Rivierduinen afgerond en zijn medicatie is goed afgesteld. Het gaat goed met [minderjarige] op school, hij heeft zijn zindelijkheid ontwikkeld en loopt bij een diëtiste. De moeder accepteert hulpverlening en volgt de adviezen op. Zij heeft een goede samenwerkingsrelatie opgebouwd met de ambulant begeleider van De Haardstee. De hulpverlening die nodig is kan voortgezet worden in het vrijwillige kader, dus de ondertoezichtstelling kan worden opgeheven. Ter zitting heeft de medewerker van de gecertificeerde instelling verklaard dat er al een periode geen jeugdzorgwerker meer betrokken is bij het gezin. Volgens de moeder en de stiefvader gaat het goed met [minderjarige] . De afgelopen maanden was er geen jeugdzorgwerker betrokken vanuit de gecertificeerde instelling. De moeder en de stiefvader hebben er samen voor gezorgd dat [minderjarige] zich goed ontwikkelt. Beoordeling De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn. Uit de stukken en de toelichting van de moeder en de stiefvader ter zitting leidt de kinderrechter af dat de bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] in de afgelopen periode als gevolg van de samenwerking tussen de moeder, de stiefvader en de betrokken hulpverlening - in het bijzonder vanuit De Haardstee - voldoende zijn afgenomen. [minderjarige] heeft zijn behandeling bij de GGZ afgerond en op school gaat het veel beter. De moeder is voldoende in staat gebleken geboden hulp te accepteren en adviezen toe te passen. Dit geeft voldoende vertrouwen om deze lijn in het vrijwillige kader voort te zetten. De gronden voor een ondertoezichtstelling zijn niet langer aanwezig en deze zal daarom worden opgeheven. Daarom zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2022 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in tegenwoordigheid van L.T. Verlinde als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 september
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.