RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.600 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser, geboren op [geboortedatum] , van Georgische nationaliteit, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. W. Spijkstra) en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. G.J. Westendorp). Procesverloop Bij besluit van 2 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 6 januari 2023 beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2023. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Overwegingen 1. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag van 9 november 2022 het volgende ten grondslag gelegd. In de zomer van 2021 heeft eiser deelgenomen aan vijf grote protestdemonstraties tegen de Georgische regering. Eiser maakte met zijn camera opnames van deze demonstraties. Tijdens één van deze demonstraties is eiser ontvoerd, waarschijnlijk door medewerkers van de staatsveiligheidsdienst. Hij werd meegenomen naar een bos waar zijn camera werd vernield. Later bleek dat eiser was aangezien voor iemand anders en liet men hem gaan. Eiser ondervond wel problemen door zijn deelnames aan de demonstratie. Zo was het voor hem lastig om werk te vinden. Via zijn vader vond hij werk in een staalfabriek. Eiser was ook op internet actief. Hij had twee Facebook accounts waarop hij berichten plaatste over onder andere de oorlog in Oekraïne en berichten die de russificatie van Georgië moesten tegengaan. Eén van deze accounts is gesloten door Facebook. Eiser heeft Georgië verlaten omdat hij door zijn activiteiten bij de autoriteiten in de negatieve aandacht kwam te staan hetgeen hem te veel belemmerde in zijn dagelijkse leven. Zo kreeg hij geen werk en kon hij niet studeren. In juni 2022 had eiser het hiervoor benodigde geld bij elkaar en is hij vertrokken naar zijn vriendin in Italië. 1.2. Op 29 december 2022 heeft verweerder een voornemen aan eiser gestuurd. Dit voornemen houdt in dat de aanvraag van eiser wordt afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Er wordt geen reguliere vergunning voor bepaalde tijd verleend als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 juncto artikel 3.6a, eerste lid of 3.6ba, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Ook zal eiser geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 worden verleend. Voorts wordt bepaald dat eiser na afwijzing van de aanvraag Nederland onmiddellijk dient te verlaten en wordt hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Het relaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: 1. Identiteit, nationaliteit, herkomst en etniciteit; 2. Deelname aan demonstraties; 3. Fundamentele politieke overtuiging; 4. Problemen met de Georgische politie vanwege politieke activiteiten. Verweerder acht de eerste twee elementen geloofwaardig. De relevante elementen 3 en 4 worden niet geloofwaardig geacht. Hiertoe heeft verweerder opgemerkt dat, hoewel eiser gevolgd wordt in zijn verklaringen over zijn deelname aan de demonstraties, uit zijn verklaringen niet valt op te maken dat er bij hem sprake is van een fundamentele politieke overtuiging. Eiser heeft immers verklaard dat hij meedeed aan vreedzame protesten omdat zijn vrienden dat ook deden en dat hij de demonstraties fotografeerde. Daarnaast heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij andere politieke activiteiten heeft ontplooid. Eiser heeft weliswaar aangegeven dat hij twintig tot dertig posts per uur op zijn Facebookaccount plaatste maar dit heeft hij niet met screenshots of documenten onderbouwd terwijl dit wel van hem verwacht mocht worden. Dat één van zijn accounts door de staatsveiligheidsdienst geblokkeerd zou zijn, doet daar niet aan af. Dat eiser geen documenten kan overleggen om zijn verklaringen dat hij meerdere malen is opgepakt door de politie te onderbouwen, doet eveneens afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn relaas. Ook middels zijn verklaringen heeft eiser zijn problemen met de politie niet aannemelijk gemaakt nu hij deze uitsluitend baseert op niet onderbouwde vermoedens. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt waarop hij de vermoedens baseert of wat de link precies is tussen de ontvoering en zijn politieke activiteiten. Bovendien heeft hij aangegeven dat de ontvoering een vergissing was. Eiser wordt derhalve niet gevolgd in zijn verklaring dat de ontvoering een gerichte actie van de Georgische politie was vanwege zijn politieke activiteiten. Ten slotte wordt, volgens verweerder, afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gestelde problemen gedaan door de omstandigheid dat eiser legaal Georgië is uitgereisd. 1.3. Op 1 januari 2023 heeft eiser een zienswijze ingediend. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder conform zijn voornemen beslist. 3. Eiser kan zich hier niet verenigen met het bestreden besluit. Op de gronden die hij tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd wordt hierna ingegaan. 4. Eiser heeft allereerst aangevoerd dat de veilige landen procedure in strijd is met de Procedurerichtlijn. Dit omdat de versnelde procedure wordt gevolgd voordat onderzoek naar de asielmotieven van de betreffende vreemdeling plaatsvindt. Asielzoekers uit landen die als veilige landen van herkomst zijn aangewezen krijgen geen rust- en voorbereidingstijd, geen medisch onderzoek en minder tijd om het gehoor met hun advocaat voor te bereiden. Om in overeenstemming te zijn met de Procedurerichtlijn zou in de Nederlandse procedure eerst een gehoor moeten plaatsvinden waarin de asielzoeker in de gelegenheid wordt gesteld substantiële redenen in de zin van artikel 36 Procedurerichtlijn aan te voeren. Zit daar ook maar iets van een aanwijzing voor vervolging in, dan zou het tegenwerpen van een veilig land van herkomst niet meer aan de orde moeten zijn en dus ook niet het voeren van een verkorte procedure. 5. De rechtbank volgt het standpunt van eiser niet dat de veilige landen van herkomst procedure in strijd is met de Procedurerichtlijn. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Procedurerichtlijn kan een derde land dat op grond van deze richtlijn als veilig land van herkomst is aangemerkt, voor een bepaalde verzoeker, nadat zijn verzoek afzonderlijk is behandeld, alleen als veilig land van herkomst worden beschouwd wanneer: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.