RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/8110 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2023 in de zaak tussen Kijkduinse Retail Ontwikkelingsmaatschappij B.V., uit Amsterdam, eiseres (gemachtigde: mr. E.M. Snel), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. P.D.W. Tan). Procesverloop Bij besluit van 3 februari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder een APV-vergunning verleend voor het aanleggen van ondergrondse verbindingen en het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen bij het Deltaplein in Den Haag. Bij besluit van 7 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 22 juni 2023 via een beeldverbinding. Eiseres en haar gemachtigde waren aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. Verweerder heeft met het primaire besluit instemming verleend “voor het aanleggen van ondergrondse verbindingen ten behoeve van toegang tot de parkeergarage en ondergrondse fietsenstalling en het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen ter hoogte van het Deltaplein in Den Haag conform het aangeleverde ‘BVC’-plan”. Eiseres heeft daar bezwaar tegen gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij haar bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn heeft ingediend. Wat vindt eiseres in beroep? 2. Eiseres vindt dat verweerder haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens eiseres is de termijnoverschrijding verschoonbaar, omdat uit het primaire besluit en de categorisering daarvan in het gemeenteblad als ‘Kabels en leidingen’ niet kan worden opgemaakt dat de parkeergarage van eiseres tijdelijk zal worden afgesloten en dat de toegangsweg tijdelijk zal worden versmald. Volgens eiseres heeft verweerder haar pas op 1 juli 2022 de tijdelijke sluiting van de parkeergarage en de tijdelijke versmalling van de toegangsweg meegedeeld. Eiseres heeft haar bezwaarschrift binnen zes weken na 1 juli 2022, en daarmee tijdig, ingediend. Eiseres stelt verder dat verweerder haar ten onrechte niet heeft voorgelicht. Daarnaast stelt eiseres dat verweerder haar belofte niet is nagekomen om overleg te voeren om nadeel van de geplande bouwactiviteiten te beperken. Tot slot voert eiseres aan dat zij aanzienlijke financiële schade voorziet als gevolg van de tijdelijke sluiting van de parkeergarage en de tijdelijke versmalling van de toegangsweg. Wat zijn de regels? 3. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een besluit is zes weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, dan moet verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat het bezwaar niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Als er een goede reden is dat het bezwaarschrift te laat is ingediend, dan verklaart verweerder het bezwaar toch ontvankelijk. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank beoordeelt de vraag of verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 februari 2022 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het te laat is ingediend. 4.1. Vast staat dat verweerder op 3 februari 2022 het primaire besluit aan de aanvrager heeft bekendgemaakt en op 7 februari 2022 mededeling van het besluit heeft gedaan in het gemeenteblad in de categorie “Opbreekvergunning: Kabels en leidingen”. In deze mededeling is vermeld dat het gaat om “het aanleggen van ondergrondse verbindingen ten behoeve van de toegang tot de parkeergarage en ondergrondse fietsenstalling en het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen ter hoogte van het Deltaplein 280 in Den Haag” in de periode 5 september 2022 tot en met 22 december 2023. Vast staat verder dat verweerder bij brief van 1 juli 2022 aan eiseres heeft meegedeeld dat haar parkeergarage “een korte periode in het najaar” afgesloten zal zijn en dat auto’s dan niet kunnen in- of uitrijden. Eiseres heeft op 8 augustus 2022 haar bezwaarschrift per post verstuurd en daarmee dus niet binnen een termijn van zes weken na bekendmaking van het primaire besluit. De vraag is of het eiseres kan worden toegerekend dat zij het bezwaarschrift te laat heeft ingediend. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat uit het primaire besluit niet, althans niet duidelijk blijkt dat verweerder heeft besloten tot tijdelijke afsluiting van de parkeergarage van eiseres en de tijdelijke versmalling van de toegangsweg. Ter zitting wees verweerder erop dat tijdelijke verkeersmaatregelen onderdeel zijn van het primaire besluit, maar in dat onderdeel van het primaire besluit is niets vermeld over de (tijdelijke sluiting van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.