RECHTBANK Den Haag Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/648281/HA ZA 23-486 Vonnis van 5 juli 2023 in de zaak van DE STAAT DER NEDERLANDEN (het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) te Den Haag, eiser, advocaat mr. A. Gras te Groningen, tegen COMBONET B.V. te Moordrecht, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 16 mei 2023, tegen de eerste rolzitting van 7 juni 2023, met producties 1 tot en met 9, alsmede de beslagstukken; het ter rolzitting van 7 juni 2023 tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding. 2.
- Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen, op de wijze zoals in het dictum vermeld. 2.
- Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiser worden tot op heden begroot op: - dagvaarding € 132,42 - overige explootkosten € 2.463,71 - griffierecht € 5.737,00 - salaris advocaat € 5.290,00 (2 punten × tarief VI à € 2.645,00) totaal € 13.623,13 2.
- Onder de proceskosten vallen ook de nakosten, die ook worden toegewezen als deze niet afzonderlijk zijn gevorderd. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2023: € 173,00 ). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2023: € 90,00) en de explootkosten van betekening toegekend. 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van een bedrag van € 223.152,54, vermeerderd met een bedrag van € 9.461,83 aan wettelijke rente berekend tot 28 april 2023, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente - met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:119 lid 2 Burgerlijk Wetboek - over het bedrag van € 223.152,54 te rekenen vanaf 28 april 2023 tot aan de dag van volledige betaling; 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van een bedrag van € 2.465,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; 3.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 13.623,13, en op € 173,00 aan nog te maken nakosten, te vermeerderen met € 90,00 in geval van betekening; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 5 juli
- Type: 309/3053