RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11452 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. B.A. Palm), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding Eiser heeft op 19 juni 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn opvolgende asielaanvraag. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Overwegingen
- Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Eiser heeft op 22 december 2016 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard, omdat is gebleken dat eiser in Griekenland internationale bescherming geniet. Dat besluit staat in rechte vast.
- Eiser heeft op 5 november 2021 een tweede aanvraag ingediend. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw bedraagt de beslistermijn zes maanden. Verweerder heeft de beslistermijn op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vw met negen maanden verlengd. Verweerder heeft eiser bij brief van 1 april 2022 van de verlenging van de beslistermijn in kennis gesteld, en heeft eiser daarbij meegedeeld dat hij uiterlijk op 3 februari 2023 een beslissing op zijn asielaanvraag kan verwachten.
- Op 30 mei 2022 heeft eiser een ingebrekestelling bij verweerder ingediend. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
- De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken. Eisers ingebrekestelling was dus prematuur en is daarom niet rechtsgeldig. Zonder geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingediend. Het beroep moet om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
- De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht Vreemdelingenwet 2000