Rechtbank DEN Haag – ECLI:NL:RBDHA:2023:11283
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17778 uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2023 in de zaak tussen [verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. I. Petkovski), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding 1. In het besluit van 17 januari 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van verzoeker van 9 juli 2022 niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Bij uitspraak van 9 maart 2023 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats het verzoek toegewezen en de voorlopige voorziening getroffen dat de overdracht van verzoeker achterwege blijft totdat op het beroep is beslist.
1.3.
Op 4 mei 2023 heeft de staatssecretaris het besluit van 17 januari 2023 ingetrokken. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker op 8 mei 2023 het beroep ingetrokken.
1.4.
Op 15 juni 2023 heeft verzoeker een verzoek gedaan tot opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening. Daarover gaat deze uitspraak.
Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Conclusie en gevolgen 6. Gelet op het voorgaande kan verzoeker met zijn verzoek niet bereiken wat hij wenst te bereiken. De verzoeken om opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening en om herziening van de uitspraak van 9 maart 2023 zijn daarom kennelijk nietontvankelijk. Het verzoek om vervallenverklaring van de uitspraak van 9 maart 2023 dient te worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing De voorzieningenrechter: verklaart de verzoeken om opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening en om herziening van de uitspraak van 9 maart 2023 nietontvankelijk; wijst het verzoek om vervallenverklaring van de uitspraak van 9 maart 2023 af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P.H. Evers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zaaknummer NL23.1672 (niet gepubliceerd).
Zie ABRvS 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2676.
Zie ABRvS 2 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR2963 (AB 2004, 418).