RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL23.15180 V en NL23.15182 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [eiser] en [eiseres] , opposanten V-nummers: [nummer] en [nummer] (gemachtigde: mr. J.J. de Vries) tegen de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 juli 2023 in het beroep van opposanten tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer). Inleiding
- In het besluit van 22 mei 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van opposanten niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.
- Opposanten hebben hiertegen beroep ingesteld. 1.
- Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep in de uitspraak van 18 juli 2023 kennelijk ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 1.
- Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld. 1.
- De rechtbank heeft het verzet, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 3 augustus 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van opposanten en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk en zal dat hierna toelichten. 2.
- De staatssecretaris heeft de rechtbank bericht dat opposanten op 31 juli 2023 zelfstandig de woonruimte hebben verlaten en met onbekende bestemming zijn vertrokken. Volgens de staatssecretaris is niet gebleken dat opposanten zich sindsdien bij de staatssecretaris, DT&V, COa of AVIM hebben gemeld. Opposanten zijn niet op zitting verschenen. 2.
- Hierin ziet de rechtbank aanleiding om te onderzoeken of opposanten nog procesbelang hebben bij het verzet. 2.
- Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van het verzet. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. 2.
- In deze zaak is de rechtbank uit het dossier gebleken dat opposanten op 31 juli 2023 met onbekende bestemming zijn vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van opposanten verklaard dat opposanten sinds 26 juli 2023 geen contact meer met hem hebben onderhouden en de gemachtigde is niet op de hoogte van de verblijfplaats van opposanten. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat opposanten kennelijk geen prijs meer stellen op de door hen gezochte bescherming en dus geen belang meer hebben bij de beoordeling van het verzet. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk.
- Opposanten krijgen geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Lok, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579