RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.22354 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] , van Syrische nationaliteit, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Nohar), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: Inleiding Verzoeker heeft op 24 maart 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis. Op 2 november 2022 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Bij besluit van 18 januari 2023 heeft verweerder de aanvraag verleend. Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft gereageerd en verklaard de proceskosten te zullen vergoeden. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker van 24 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.