← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:12236

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/4022 uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 januari 2023 in de zaak tussen [verzoeker 1], [verzoeker 2] en [verzoeker 3], te [woonplaats 1], verzoekers (gemachtigde: mr. M.J.E. Boudesteijn), en het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar, verweerder (gemachtigde: mr. M.C.M. Versteeg). Procesverloop Bij besluit van 27 mei 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van bomen op het perceel [adres] [nummerreeks] te [woonplaats 2]. Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft de rechtbank op 3 november 2022 bericht dat de vergunninghouder bereid is te wachten met de kap totdat op het bezwaar is beslist. Verzoekers hebben daarop bij mail van 16 november 2022 hun verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht om over te gaan tot veroordeling van verweerder in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft geen reactie ingezonden. Overwegingen

  1. Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, juncto artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, in geval van intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoet gekomen en indien daarom bij intrekking is verzocht, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs dienden te worden gemaakt.
  2. Eén van de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan wil er sprake kunnen zijn van een proceskostenveroordeling van verweerder bij intrekking van het beroep is dat er sprake is van een zogeheten tegemoet komen door verweerder. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hebben ingetrokken als gevolg van de toezegging van de vergunninghouder dat hij geen gebruik zal maken van de vergunning totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in een dergelijk geval weliswaar sprake is van tegemoetkomen – op dit moment zullen er nog geen bomen worden gekapt - , maar dit is een tegemoetkomen door de vergunninghouder en niet door verweerder. Dat betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een vergoeding van de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75a Awb.
  3. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari
  4. De griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.