RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL23.3157 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoekster, geboren op [geboortedatum] ,V-nummer: [v-nummer] mede namens haar minderjarige kinderen: [naam] , geboren op [geboortedatum] ,V-nummer: [v-nummer] [naam] , geboren op [geboortedatum] ,V-nummer: [v-nummer] [naam] , geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [v-nummer] allen van Syrische nationaliteit (gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Verzoekster heeft op 29 juni 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis. Bij brief van 9 januari 2023 heeft verzoekster verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Verzoekster heeft vervolgens op 1 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft in het besluit van 12 mei 2023 (alsnog) de aanvraag van verzoekster ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. 4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50,- Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Een afschrift van deze uitspraak is aan partijen verzonden op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.