Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummers: FA RK 21-2208 en FA RK 20-9177 Zaaknummers: C/09/609833 en C/09/604624 Datum beschikking: 24 januari 2023 Inschrijving buitenlandse geboorteakte Beschikking op het op 22 december 2020 ingekomen verzoek van: [naam 1] , verzoekster/de moeder, wonende te Filipijnen, advocaat: mr. C.G. Matze te Breda. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [naam 2] , de man,wonende te [woonplaats] ,advocaat: mr. C.G. Matze te Breda, [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] , [provincie] , Filipijnen, de minderjarige, in rechte vertegenwoordigd door [bijzondere curator] , advocaat te [plaats 1] , in de hoedanigheid van bijzondere curator, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente 1] , zetelend te [gemeente 1] , de ambtenaar. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift, met bijlagen; - de instemmingsverklaring van de man van 3 januari 2021; - het F9-formulier van 6 januari 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - de brief van 13 januari 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - de brief van 10 februari 2021, met bijlagen, waaronder de resultaten van DNA-analyse, van de zijde van verzoekster en de man; - de brief van 1 maart 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - het verweerschrift van de bijzondere curator, tevens zelfstandig verzoek van 16 maart 2021; - het F9-formulier van 6 april 2021 van de zijde van verzoekster en de man; - het F9-formulier van 28 juni 2021 van de zijde van de bijzondere curator; - het F9-formulier van 1 juli 2021, met bijlagen, van de zijde van de bijzondere curator; - het F9-formulier van 13 juli 2021, met bijlagen, van de bijzondere curator; - het F9-formulier van 13 juli 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - het F9-formulier van 23 september 2021 van de bijzondere curator; - het F9-formulier van 14 oktober 2021 van de zijde van de bijzondere curator; - het F9-formulier van 18 oktober 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - het F9-formulier van 11 januari 2022, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - het F9-formulier van 10 maart 2022 van de bijzondere curator; - de brief van de ambtenaar van 14 juni 2022; - het F9-formulier van 5 juli 2022 van de zijde van verzoekster en de man; - het F9-formulier van 14 juli 2022 van de bijzondere curator; - het F9-formulier van 29 juli 2022, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man; - de brief van de ambtenaar van 24 augustus 2022; - het F9-formulier van 11 oktober 2022, met bijlagen, van de zijde van verzoekster en de man. Op 6 december 2022 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, de advocaat van verzoekster en van de man, de bijzondere curator en namens de ambtenaar [naam 3] en [naam 4] . Verzoekster is behoorlijk opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen, nu zij woonachtig is in de Filipijnen. Verzoek en verweer Het verzoekschrift, zoals dat na wijziging op de zitting luidt, strekt ertoe dat de rechtbank: - primair: last geeft tot inschrijving van de Filipijnse geboorteakte van de minderjarige in het register van geboorte van de gemeente [gemeente 1] , met vermelding van de erkenning door de man van de minderjarige op de geboorteakte; - subsidiair: - het vaderschap gerechtelijk vaststelt op grond van artikel 1:207, eerste lid, onder a, van het Burgerlijk Wetboek (BW); - dan wel ten aanzien van de geboorteakte van de minderjarige een verklaring voor recht afgeeft op grond van artikel 1:26 BW; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar bij voorraad verklaring en kosten rechtens. De ambtenaar voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De bijzondere curator heeft op de zitting aangegeven dat zij zich kan vinden in toewijzing van het primaire verzoek tot inschrijving van de geboorteakte met vermelding van de erkenning door de man van de minderjarige. Voorts verzoekt de bijzondere curator, mocht het primair verzochte niet worden toegewezen, bij wijze van zelfstandig verzoek te bepalen dat: op grond van het Filipijnse Familierechtelijke wetboek het door huwelijk ontstane vaderschap wordt ontkend; op grond van het Filipijnse Familierechtelijke wetboek wordt bepaald dat de wettigheid van het vaderschap van de man wordt vastgesteld. Feiten - De moeder en de man hebben een affectieve relatie. - Uit deze relatie is voornoemde minderjarige [voornaam minderjarige] geboren. - Op de Filipijnse geboorteakte van [voornaam minderjarige] , met nummer [nummer] , opgemaakt door de Office of the Civil Registrar General van de Filipijnen op [datum 1] 2019 en geregistreerd op [datum 2] 2019, staat verzoekster als moeder vermeld en de man als vader. Aan de geboorteakte is een door de moeder en de man op [datum 2] 2019 ondertekende Affidavit of acknowledgment/admission of paternity gehecht. - Uit de DNA-Analyse van 1 februari 2021 blijkt dat met 99,9999% waarschijnlijkheid de man de biologische vader is van [voornaam minderjarige] . - De man woont in Nederland. De moeder en [voornaam minderjarige] wonen op de Filipijnen. - De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De moeder en [voornaam minderjarige] hebben de Filipijnse nationaliteit. - Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 4] 2021 is [bijzondere curator] voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] ingevolge artikel 1:212 van het BW te vertegenwoordigen. Beoordeling Rechtsmacht, relatieve bevoegdheid en toepasselijk recht Nu de man in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het verzoek strekt tot het inschrijven van een geboorteakte in de registers van geboorten van de gemeente [gemeente 1] , is deze rechtbank op grond van artikel 1:26b BW bevoegd en is Nederlands recht van toepassing. Inhoudelijke beoordeling Ontvankelijkheid Gelet op artikel 1:25 BW kan, voor zover hier van belang, een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte op verzoek van onder meer een belanghebbende worden ingeschreven in de registers van geboorten van de gemeente [gemeente 1] indien de minderjarige op het ogenblik van het verzoek Nederlander is, de minderjarige rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel indien op grond van Boek 1 BW een latere vermelding aan de akte van geboorte van de minderjarige moet worden toegevoegd. Omdat uit het hiernavolgende zal blijken dat de erkenning van [voornaam minderjarige] door de man wordt erkend en [voornaam minderjarige] de leeftijd van zeven jaar nog niet heeft bereikt, heeft [voornaam minderjarige] op grond van artikel 4, tweede lid van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) vanaf de erkenning de Nederlandse nationaliteit verkregen. Gelet hierop en nu verzoekster de moeder is van [voornaam minderjarige] en zij derhalve een in rechte te respecteren belang heeft bij het verzoek, is de moeder ontvankelijk in haar verzoek. Erkenning Filipijnse geboorteakte De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 10:101 BW juncto 10:100 BW volgt dat in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften gemaakte akte, in Nederland worden erkend, tenzij het rechtsfeit of de rechtshandeling niet is voorafgegaan door een behoorlijk onderzoek of de erkenning van die in een akte neergelegde rechtsfeiten of handelingen in strijd met de openbare orde zou zijn. Artikel 10:101, tweede lid BW specificeert laatstgenoemde weigeringsgrond en bepaalt onder meer dat deze weigeringsgrond zich met betrekking de erkenning in elk geval voordoet indien deze is verricht door een Nederlander die naar Nederlands recht niet bevoegd zou zijn het kind te erkennen. In dat verband komt ook betekenis toe aan artikel 10:95, tweede lid, van het BW waaruit volgt dat het Nederlandse recht bepaalt of een Nederlandse man bevoegd is om het kind te erkennen. Verzoekster heeft een origineel afschrift van de geboorteakte van [voornaam minderjarige] overgelegd, voorzien van een apostille, opgemaakt door de daartoe bevoegde ambtenaar. Tevens heeft zij een erkenning vaderschap – Affidavit of acknowledgment/admission of paternity – door de man op [datum 2] 2019, voorzien van apostille, in het geding gebracht. Op de Filipijnse geboorteakte van de minderjarige staat de moeder als moeder en de man als vader vermeld. Beoordeeld dient te worden of de geboorteakte door een bevoegde instantie overeenkomstig de Filipijnse wetgeving is opgemaakt en of er sprake is van voormelde weigeringsgronden die aan erkenning in de weg staan. Door een bevoegde instantie overeenkomstig de Filipijnse wetgeving? De vraag die voorligt, is of de man in overeenstemming met het Filipijns recht als vader op de geboorteakte staat vermeld. De moeder was ten tijde van de geboorte en de erkenning door de man namelijk volgens Filipijns recht nog gehuwd met een andere man. De rechtbank heeft in dit verband (onder meer aan de hand van de informatie van VIND Burgerzaken over de Filipijnen) kennisgenomen van het Filipijnse Familiewetboek (The Family Code of the Philippines executive order no. 209). Op de vraag wie als juridisch vader moet worden aangemerkt, zijn van toepassing de artikelen 163 en verder van het Filipijnse Familiewetboek en meer specifiek artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.