← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:1779

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1151 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel). Procesverloop Bij besluit van 13 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.1152, op 9 februari 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten. Hij heeft op 6 september 2022 een asielaanvraag in Nederland ingediend.
  2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 10 december 2021 illegaal Spanje is ingereisd. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Spanje verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Op 3 oktober 2022 zijn de autoriteiten van Spanje hiermee akkoord gegaan.
  3. Eiser voert in beroep aan dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, en stelt daartoe als volgt. Hij zal geen opvang krijgen bij terugkeer naar Spanje. Ter onderbouwing verwijst hij naar de update van het AIDA-rapport van
  4. Eiser heeft immers zelf ervaren dat hij niet door de Spaanse overheid werd opgevangen, maar door het Rode Kruis. De rechtbank oordeelt als volgt.
  5. Niet in geschil is dat Spanje in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
  6. Als uitgangspunt geldt dat verweerder ten aanzien van Spanje nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat dit land zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet zo is. Eiser is hier niet in geslaagd.
  7. Uit het overgelegde rapport van AIDA blijkt weliswaar dat er tekortkomingen zijn met betrekking tot de opvangfaciliteiten en dat het voor Dublin-terugkeerders soms moeilijk was om hier toegang toe te krijgen. Gelet op het claimakkoord heeft verweerder echter terecht opgemerkt dat de Spaanse autoriteiten het asielverzoek van eiser met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen in behandeling zullen nemen. Verder merkt verweerder terecht op dat eiser geen asielaanvraag heeft ingediend in Spanje en dus niet uit eigen ervaringen kan putten. Het is verder niet gebleken dat de omvang van de problemen zo groot is dat gesproken kan worden van ernstige en structurele tekortkomingen waardoor niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan zou kunnen worden. Mocht eiser tijdens zijn asielprocedure in Spanje wel problemen ervaren met opvang dient hij hierover te klagen bij de Spaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat deze eiser niet willen of kunnen helpen.
  8. Verder heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien om de asielaanvraag alsnog aan zich te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Niet is gebleken van dusdanige bijzondere omstandigheden die het maken dat de overdracht getuigt van onevenredige hardheid.
  9. Het beroep is ongegrond.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
  11. Verordening (EU) nr. 604/
  12. Asylum Information Database. Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:
  13. Zie voorts ook uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 2 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.