RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/1289 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2023 in de zaak tussen [eiser] en [eiseres] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, verweerder (gemachtigde: E. Falan). Als derde-partij nemen aan het geding deel: [derde-partij 1] , te [woonplaats] , vergunninghouder 1 (gemachtigde: mr. E.R. Koster), en [derde-partij 2] , te [woonplaats] , vergunninghoudster 3. Procesverloop Bij besluit van 27 juli 2020 (primair besluit I) heeft verweerder aan vergunninghouder 1 een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aan de [adres] [nummer 1] te [plaats] . Bij besluit van 27 juli 2020 (primair besluit II) heeft verweerder aan [A] , vergunninghouder 2, een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aan de [adres] [nummer 2] te [plaats] . Bij besluit van 30 juli 2020 (primair besluit III) heeft verweerder aan vergunninghoudster 3 een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aan de [adres] [nummer 3] te [plaats] . Bij besluit van 22 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen primair besluit I en II ongegrond verklaard en tegen primair besluit III niet-ontvankelijk verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2022. Eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghouder 1 [B] en zijn echtgenote zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank gaat bij de beoordeling van dit beroep uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.1. Vergunninghouder 1 heeft op 25 juni 2020 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aan de [adres] [nummer 1] te [plaats] . 1.2. Vergunninghouder 2 heeft op 22 juni 2020 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aan de [adres] [nummer 2] te [plaats] . 1.3. Vergunninghoudster 3 heeft op 30 juli 2020 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aan de [adres] [nummer 3] te [plaats] . 1.4. Bij primaire besluiten I, II en III heeft verweerder de omgevingsvergunningen verleend. Eisers, bewoners van de woning aan de [adres] [nummer 4] , hebben tegen de verlening van de omgevingsvergunningen bezwaar gemaakt. 2. Het bestreden besluit berust op verweerders standpunt dat het bezwaar gericht tegen primair besluit III niet-ontvankelijk is, wegens termijnoverschrijding. Het bezwaarschrift is te laat ingediend en van een verschoonbare termijnoverschrijding is verweerder niet gebleken. Ten aanzien van de bezwaren gericht tegen primaire besluiten I en II stelt verweerder zich op het standpunt dat de verleende omgevingsvergunningen niet in strijd zijn met één van de in artikel 2.10 van de Wabo genoemde weigeringsgronden, zodat verweerder gehouden was de omgevingsvergunningen te verlenen. Er is volgens verweerder geen sprake van strijd met het bestemmingsplan of de redelijke eisen van welstand. Volgens verweerder vallen de balkons en daarmee ook de balkonbeglazing binnen het bouwvlak, zoals bedoeld in artikel 1.90 van de Planregels. Omdat er alleen beglazing wordt geplaatst, wordt hierdoor de oppervlakte van het bestaande hoofdgebouw niet overschreden. 3. Op wat eisers tegen het bestreden besluit hebben aangevoerd wordt hierna ingegaan. 4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling van het beroep. Ontvankelijkheid van het bezwaar 4.1. Eisers voeren aan dat verweerder hun bezwaar gericht tegen primair besluit III ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De bekendmaking van de aan vergunninghoudster 3 verleende omgevingsvergunning in de Alphens Nieuwsblad is verwarrend geweest en eisers zijn pas op 9 september 2020 via de e-mail door verweerder op de hoogte gesteld van de bekendmaking. Subsidiair moet de overschrijding van de daartoe gestelde termijn verschoonbaar worden geacht. 4.2. Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbende zijn gericht, door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. Ingevolge artikel 6:4, eerste lid, geschiedt het maken van bezwaar door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Ingevolge artikel 6:7 bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 blijft, ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Ingevolge artikel 3.8 van de Wabo geeft het bevoegd gezag bij de toepassing van titel 4.1 van de Awb tevens onverwijld kennis van de aanvraag om een omgevingsvergunning op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. Het vermeldt daarbij de in artikel 3.1, tweede lid, bedoelde datum waarop de aanvraag is ontvangen. Ingevolge artikel 3.9, eerste lid, aanhef en onder a, beslist het bevoegd gezag op de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking doet het mededeling van die beschikking op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 kennis heeft gegeven van de aanvraag. 4.3. Naar het oordeel van de rechtbank is primair besluit III op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt door toezending van het besluit aan vergunninghoudster 3 op 30 juli 2020 en door publicatie op 12 augustus 2020 in de Alphens Nieuwsblad in de rubriek ‘Week-in-beeld.’ Daarmee is van primair besluit III kennis gegeven overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Binnen de rubriek ‘vergunningen’ stonden zowel de aanvraag als verleende vergunning (30 juli 2020) vermeld. Onder het kopje ‘ingekomen aanvragen’ stond dat er nog geen bezwaar gemaakt kon worden, terwijl onder het kopje ‘verleende vergunningen’ de bezwaarclausule werd vermeld. Dat zowel de aanvraag als verleende vergunning in het zelfde weekblad stonden is opmerkelijk, maar dat maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het besluit niet op de juiste wijze bekend is gemaakt. Gelet op het voorgaande hadden eisers op de hoogte kunnen zijn van een aan vergunninghoudster 3 verleende omgevingsvergunning en de in dat verband geldende termijn voor het indienen van bezwaar. 4.4. De bezwaartermijn is aangevangen op 31 juli 2020 en de laatste dag waarop bezwaar kon worden gemaakt was 10 september 2020. Op 23 september 2020, na het verstrijken van de bezwaartermijn, hebben eisers bezwaar gemaakt tegen primair besluit III. Dit betekent dat het bezwaar te laat is ingediend. 4.5. De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Uit correspondentie tussen eisers en verweerder van 14 september 2020 blijkt dat eisers bekend zijn geworden met de publicatie van 12 augustus 2020. Op 14 september 2020 schrijft verweerder: ‘Ik hoop dat het u nu voldoende duidelijk is en dat u de keuze kunt maken om het wel of niet doorgaan met het bezwaarschrift.’ In de reactie van eisers aan verweerder op dezelfde dag hebben eisers niet kenbaar gemaakt of zij een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift hebben eisers pas op 23 september 2020 ingediend. De rechtbank vindt dat verwacht mocht worden dat eisers alsnog per omgaande bezwaar zouden instellen. De rechtbank ziet derhalve geen reden om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen. Dit betekent dat verweerder het bezwaar van eisers tegen primair besluit III terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het bestreden besluit. Inhoudelijk 5.1. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Alphen Stad - geconsolideerd”. Op de in geding zijnde percelen rust de enkelbestemming “Wonen”. 5.2. Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk. Ingevolge artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geweigerd, in geval van, kort gezegd, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.