← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:2311

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24604 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, geboren op [geboortedatum] , van Ghanese nationaliteit, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. W. Spijkstra), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk). Inleiding 1.In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag van 7 januari

  1. De staatssecretaris heeft deze asielaanvraag in het besluit van 25 november 2022 afgewezen als kennelijk ongegrond. De staatssecretaris heeft een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod opgelegd. 1.1 De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Eiser is niet verschenen. 1.2 Na de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing
  2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 3.1 Op zitting heeft de gemachtigde van eiser verklaard dat hij sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 februari 2022 in eisers zaak geen contact meer heeft met eiser en niet weet waar eiser verblijft. Eiser is ook niet op zitting verschenen. 3.2 Hierin ziet de rechtbank aanleiding om te onderzoeken of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. 3.3 Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van het beroep. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. 3.4 In deze zaak is de rechtbank uit het dossier gebleken dat eiser op 19 november 2021 met onbekende bestemming is vertrokken. Eiser heeft sinds 17 februari 2022 geen contact met zijn gemachtigde onderhouden en de gemachtigde is niet op de hoogte van de verblijfplaats van eiser. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming en dus geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2023 door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Lok, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.