← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:2345

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4755 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. G.M.H. Vriesde), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: L. Westerhof). Procesverloop Verweerder heeft op 6 september 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Verweerder heeft de rechtbank van deze voortduring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapport overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 21 februari 2023 het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Tunesische nationaliteit.
  2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
  3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 21september 2022 de maatregel van bewaring rechtmatig is.
  4. De rechtbank heeft aan verweerder verzocht om inlichtingen te geven over de voortgang van de voorbereiding van de uitzetting van eiser. Bij bericht van 15 februari 2023 heeft de rechtbank aan eiser laten weten dat hij na ontvangst van de inlichtingen, hierop binnen twee werkdagen kan reageren.
  5. Eiser heeft bij bericht van 17 februari 2023 laten weten geen gronden tegen het voortduren van de bewaring in te dienen en vraagt de rechtbank dit ambtshalve te toetsen.
  6. In de door verweerder verstrekte gegevens ziet de rechtbank geen aanleiding om te komen tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is.
  7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank:  verklaart het beroep ongegrond; en  wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Rb Den Haag, zp. Middelburg, 26 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:
  9. HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.