RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26490 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. van Appia), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel). Procesverloop Bij besluit van 20 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is tevens aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 2 januari 2023 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen. Als tolk is verschenen mw. P. Berry. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Omdat de gemachtigde van eiseres niet is verschenen, is de behandeling van het beroep aangehouden. Verweerder heeft op 2 januari 2023 de maatregel van bewaring opgeheven en aan eiseres een bedrag van € 1.460,- aan schadevergoeding en een bedrag van € 837,- aan proceskostenvergoeding aangeboden. Bij bericht van 5 januari 2023 heeft de gemachtigde van eiseres het beroep ingetrokken. Een nadere zitting heeft niet plaatsgevonden. Op 5 januari 2023 heeft hij verzocht om vergoeding van € 16,50 voor gemaakte reiskosten, vanwege het bezoeken van eiseres in het Detentiecentrum te Zeist op 2 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.