RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/4130 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2023 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. P. van Baaren), en het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, het college (gemachtigde: mr. A. Tibben). Procesverloop In het besluit van 12 juni 2020 (primair besluit) heeft het college van eiseres over de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020 een bedrag van € 2.145,82 netto aan bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) teruggevorderd. In het besluit van 28 mei 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 8 november 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn niet ter zitting verschenen. Overwegingen
- Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat het te laat is ingediend.
- De rechtbank vindt dat het college dat terecht heeft gedaan. Eiseres heeft op 29 april 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 juni
- Dat is na het verstrijken van de voor het maken van bezwaar geldende termijn. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. De rechtbank heeft geen omstandigheden gevonden op grond waarvan sprake zou zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding. Voor zover eiseres tot het tijdig indienen van een bezwaarschrift psychisch niet in staat was, omdat zij destijds volledig in de war was als gevolg van een aantal omstandigheden, waardoor ze niet in staat was om haar gedachten op te maken of om ergens een beslissing op te nemen, zoals zij in bezwaar heeft betoogd, merkt de rechtbank op dat zij deze stelling niet nader heeft geconcretiseerd, noch met stukken heeft onderbouwd. 3 Het college is daarom terecht tot de conclusie gekomen dat het bezwaar niet-ontvankelijk was vanwege onverschoonbare termijnoverschrijding.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.E.M. de Coninck, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 februari
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.