RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.5740 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. Y.M. Schrevelius), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Verweerder heeft op 2 december 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft daarop niet gereageerd. Verweerder heeft op 15 december 2022 de maatregel van bewaring opgeheven wegens uitzetting van eiser naar Duitsland. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 1 maart 2023 gesloten. Overwegingen
- De rechtbank wijst er op dat de vreemdeling ingevolge artikel 96, eerste lid, van de Vw beroep in kan stellen tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Gelet op het bepaalde in artikel 96, derde lid, van de Vw kan dit beroep leiden tot opheffing van de bewaring of wijziging van de tenuitvoerlegging.
- Op het moment dat eiser beroep instelde, was de bewaring echter al geruime tijd opgeheven. Gelet hierop dient het beroep niet ontvankelijk te worden verklaard, nu daarmee geen rechtens te beschermen belang wordt gediend. Een schadevergoeding op grond van artikel 106, eerste lid, van de Vw is geen met dit beroep rechtens te beschermen belang. Uit de strekking van dat artikel volgt immers dat de bevoegdheid van de vreemdelingenrechter tot toekenning van een schadevergoeding als bedoeld in deze bepaling beperkt is tot de gevallen waarin een verzoek om schadevergoeding wordt ingediend in samenhang met een beroep tegen de voortduring van de maatregel. Nu het beroep tegen het voortduren van de bewaring wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk is, moet het verzoek van eiser om schadevergoeding als een op zichzelf staand verzoek worden aangemerkt en is de rechtbank niet bevoegd daarvan kennis te nemen.
- Het beroep is niet-ontvankelijk.
- De rechtbank acht zich onbevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - verklaart zich onbevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen. Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.