RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11877 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoekster geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [nummer] mede namens haar minderjarige kinderen: [naam] geboren op [geboortedatum] [naam] geboren op [geboortedatum] , van Syrische nationaliteit, (gemachtigde: mr. T. Bruinsma) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Verzoekster heeft op 7 oktober 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij brief van 16 mei 2022 heeft verzoekster verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Verzoekster heeft vervolgens op 23 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft in het besluit van 9 november 2022 (alsnog) de aanvraag van verzoekster ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
- De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
- Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
- Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.