RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL22.21114 en NL22.21115 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1], eiseres V-nummer: [nummer 1][naam 2], eiser V-nummer: [nummer 2]gezamenlijk te noemen eisers (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 25 maart
- Verweerder is niet ingegaan op het verzoek om een verweerschrift in te dienen. Bij twee afzonderlijke besluiten van 3 januari 2023 heeft verweerder de asielaanvragen van eisers ingewilligd. Desgevraagd hebben eisers medegedeeld dat zij hun beroepen handhaven De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Voor zover de beroepen zijn gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvragen van eisers, stelt de rechtbank vast dat met de inwilliging van de asielaanvragen aan de beroepen tegemoet is gekomen, zodat eisers gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer hebben.
- De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
- Omdat eisers vanwege het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen beroep hebben kunnen instellen en dit ook op correcte wijze hebben gedaan, (op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb), ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. De rechtbank is daarbij van oordeel dat sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) omdat de aanvragen en de beroepen gelijktijdig zijn ingediend en behandeld en het gezinsleden betreft. Deze kosten worden op grond van het Bpr voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: verklaart de beroepen niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.