RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.2738 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. P.R. Klaver), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. M. Lorier). Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zicht laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Guinese nationaliteit te hebben.
- Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij op 28 september 2009 aanwezig was bij een politieke manifestatie in Conakry en dat hij toen heeft moeten vluchten voor het geweld van regeringstroepen. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij als kind slecht is behandeld door zijn oom.
- Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond.
- Voor zover eiser voor de gronden van beroep heeft volstaan met de verwijzing naar zijn zienswijze stelt de rechtbank vast dat verweerder daar in het bestreden besluit afdoende op heeft gereageerd.
- Verweerder gaat uit van eisers verklaringen, maar heeft voldoende gemotiveerd dat daarmee niet aannemelijk is geworden dat eiser heeft te vrezen voor vervolging of dat eiser bij terugkeer in Guinee een reëel risico loopt op ernstige schade.
- Verweerder stelt terecht dat uit de verklaringen van eiser niet kan worden afgeleid dat hij bij de Guinese autoriteiten bekend was als deelnemer aan de manifestatie, zodat er geen reden is om aan te nemen dat eiser in de negatieve belangstelling van die autoriteiten stond en staat. Eiser heeft zijn stelling van het tegendeel in beroep niet geconcretiseerd en onderbouwd.
- De slechte behandeling door de oom raakt niet aan de vervolgingsgronden uit het Vluchtelingenverdrag, terwijl daarnaast niet aannemelijk is dat eiser als volwassene bij terugkeer naar Guinee hieraan opnieuw zal komen bloot te staan.
- Daarnaast heeft verweerder gemotiveerd dat uit eisers verklaringen niet valt af te leiden dat eiser aanspraak maakt op een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid, zoals neergelegd in paragraaf C2/3.3 van de Vc. Zoals verweerder heeft overwogen blijkt uit eisers verklaringen niet dat het door hem in 2009 waargenomen geweld naaste familie, huisgenoten of andere verwanten of vrienden met wie eiser een hechte relatie had, heeft getroffen. De slechte behandeling van eiser als kind door de oom is voor eiser blijkens zijn verklaringen niet de reden geweest om naar Europa te vluchten.
- Eisers asielaanvraag is dan ook terecht afgewezen als ongegrond.
- Voor zover eiser daarnaast stelt dat hij vanwege traumatisering uitstel van vertrek dient te krijgen, heeft verweerder er in het bestreden besluit terecht op gewezen dat hiervan geen medische onderbouwing is overgelegd. Verweerder heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien om uitstel van vertrek te verlenen of om nader onderzoek te doen naar eisers medische situatie.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verdrag betreffende de status van vluchtelingen. Vreemdelingencirculaire 2000.