RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.22683 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 maart
- Bij besluit van 1 februari 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. De rechtbank heeft eiser bij brief van 7 februari 2023 verzocht de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Uit de reactie van eiser leidt de rechtbank af dat het beroep wordt gehandhaafd. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van eiser. Nu hiermee geheel tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal het beroep wegens het ontbreken van procesbelang kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Door het nemen van het besluit van 1 februari 2023 is verweerder aan eiser tegemoet gekomen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de proceskosten.
- Eiser heeft vanwege het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.