RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26341 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. R.C. van den Berg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. van Raak). Procesverloop Bij besluit van 19 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 16 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.A. Fawzy. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Egyptische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 5 mei 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland. 2. Aan de asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is dienstplichtig in Egypte, maar hij wil niet in het leger dienen. Eiser heeft zich onttrokken aan de dienstplicht door Egypte op illegale wijze te verlaten. Daarnaast heeft eiser in 2014 een meisje genaamd [naam 2] zwanger gemaakt. Haar familie is uit op eerwraak en heeft eiser meerdere malen bedreigd. 3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser vooralsnog geloofwaardig geacht. Verweerder heeft ook geloofwaardig geacht dat eiser dienstplichtig is in Egypte. Verweerder heeft echter niet geloofwaardig geacht dat eiser is bedreigd door de familie van [naam 2] vanwege haar ontmaagding en zwangerschap. De geloofwaardig geachte dienstplicht leidt er volgens verweerder niet toe dat eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel, omdat geen sprake is van een onevenredige of discriminatoire bestraffing in Egypte vanwege dienstweigering of desertie. Omdat eiser onjuiste informatie aan verweerder heeft verstrekt over zijn identiteit, zijn gestelde deelname aan militaire training en bedreigingen door de familie van [naam 2], heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw.1 4. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte de asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, nu zijn identiteit en de dienstplicht geloofwaardig zijn bevonden. Daarnaast voert eiser aan dat hij in Egypte wel degelijk te maken zal krijgen met een discriminatoire bestraffing vanwege onttrekking aan de dienstplicht, te meer nu hij het land op illegale wijze heeft verlaten. Verder voert eiser aan dat sprake is van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit nu verweerder ten aanzien van de vrees voor [naam 2] familie slechts heeft verwezen naar het voornemen en niet heeft gereageerd op wat eiser daarover in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Verweerder neemt volgens eiser aan dat eiser een relatie had met [naam 2] en dat [naam 2] is vermoord, maar heeft ten onrechte niet ook aangenomen dat [naam 2] vanwege haar buitenechtelijke zwangerschap is vermoord door haar familie. Eiser wijst in dit kader op informatie over bloed- en eerwraak in het algemeen ambtsbericht over Egypte van 2021. Tot slot stelt eiser dat verweerder hem het voordeel van de twijfel had moeten geven. 2 De rechtbank oordeelt als volgt. Problemen met de familie van [naam 2] 5. Verweerder heeft niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiser is bedreigd door de familie van [naam 2] en om die reden voor eerwraak moet vrezen. Verweerder heeft dit standpunt in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd, waarbij ook voldoende is ingegaan op wat eiser heeft aangevoerd in zijn zienswijze. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het aantal keer dat hij is bedreigd, de wijze waarop hij is bedreigd, welke familieleden van [naam 2] bij zijn ouders aan de deur kwamen en hoe vaak dit is gebeurd. Ook heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser inconsistent heeft verklaard over de momenten waarop hij is bedreigd. Zo heeft eiser verklaard dat tussen de eerste en tweede bedreiging vijf maanden zaten, maar ook dat de eerste bedreiging begin 2015 heeft plaatsgevonden en de tweede bedreiging in 2016. De rechtbank merkt in dit kader bovendien op dat de verklaring die eiser in de zienswijze heeft gegeven over het moment van de eerste bedreiging (eind 2014) niet overeenstemt met zijn verklaring hierover tijdens het nader gehoor (begin 2015). De foto die eiser heeft overgelegd waarop hij, naar hij stelt, samen met [naam 2] is afgebeeld, onderbouwt niet eisers stelling dat hij wordt bedreigd. Hieraan komt dan ook geen betekenis toe. 6. Anders dan eiser stelt, heeft verweerder in het bestreden besluit niet geloofwaardig geacht dat [naam 2] is vermoord. Verweerder heeft erop gewezen dat eiser heeft verklaard niet te weten wat er met [naam 2] is gebeurd. Voor zover eiser thans stelt dat [naam 2] mogelijk is vermoord, heeft verweerder hierover niet ten onrechte overwogen dat sprake is van een vermoeden, dat eiser dit vermoeden onvoldoende heeft onderbouwd en dat het ontbreken van informatie over [naam 2] niet zonder meer betekent dat zij wegens eergerelateerde motieven 1. Vreemdelingenwet 2000. 2 Op grond van artikel 31, zesde lid, van de Vw. is vermoord. De informatie uit het algemeen ambtsbericht waar eiser naar heeft verwezen, maakt dit niet anders. Onttrekking aan de dienstplicht 7. Uit paragraaf C2/3.2 van de Vc3 volgt dat verweerder een vreemdeling een verblijfsvergunning asiel verleent wanneer de vreemdeling militaire dienst weigert en de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.