← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:4323

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21227 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 19 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 oktober

  1. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om een verweerschrift in te dienen. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen
  2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Eiser heeft op 20 oktober 2021 een asielaanvraag ingediend. Naar aanleiding van een signalering in Eurodac is aan de Sloveense autoriteiten gevraagd om op grond van de Dublinverordening eiser terug te nemen. Slovenië heeft daarmee binnen twee weken ingestemd. Op 17 mei 2022 heeft verweerder de Dublin-claim ingetrokken en eiser daarover geïnformeerd. Als reden voor de intrekking heeft verweerder aangegeven dat het vanwege de verhoogde instroom en de COVID-19 gerelateerde overdrachtsbelemmeringen niet mogelijk was hem voor het verstrijken van de uiterste overdrachtsdatum over te dragen aan Slovenië.
  4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bedraagt de beslistermijn voor een aanvraag voor een asielvergunning zes maanden. Op grond van het zesde lid van dezelfde bepaling vangt de termijn aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. In de zaak van eiser ving de beslistermijn op basis van het voorgaande aan op 17 mei
  5. De beslistermijn liep af op 17 november
  6. Met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 heeft verweerder de beslistermijnen voor alle op 27 september 2022 lopende asielaanvragen generiek verlengd met negen maanden. De beslistermijn loopt daarom in het geval van eiser af op 17 augustus
  7. Deze rechtbank en zittingsplaats, heeft op 21 maart 2023 uitspraak gedaan over de WBV 2022/22 en geoordeeld dat deze rechtsgeldig is. De rechtbank heeft in het bijzonder geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van WBV 2022/22 sprake was van een situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig.
  8. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op het moment dat eiser een ingebrekestelling heeft verzonden en beroep heeft ingesteld. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  9. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Verordening (EU) Nr. 604/2013 Staatscourant 2022, nr. 25775 ECLI:NL:RBDHA:2023:3697, ECLI:NL:RBDHA:2023:3698 en ECLI:NL:RBDHA:2023:3701

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.