RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/3736 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2023 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (het college) (gemachtigde: mr. S. Imazouine). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: PRMD Vastgoed Management B.V. (vergunninghouder), [derde-partij 1], [derde-partij 2] en [derde-partij 3], allen te [woonplaats]. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het kappen van twee bomen. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Derde-partijen [derde-partij 1], [derde-partij 2] en [derde-partij 3] hebben ook schriftelijk gereageerd. De rechtbank heeft het beroep op 11 januari 2022 op zitting behandeld. Aan deze zitting hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college en [A] (gemeentelijk groenbeheerder). Ook derde-partijen [derde-partij 1] en [derde-partij 3] hebben aan de zitting deelgenomen. Totstandkoming van het bestreden besluit 1. Vergunninghouder heeft op 13 februari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van een Nordmann-spar en een Sequoiadendron op het perceel [adres] [nummer] te [plaats]. Vergunninghouder heeft daarbij toegelicht dat de takken van de bomen veel overlast veroorzaken. Ook hebben de omliggende woningen weinig tot geen lichtinval door de bomen. Omwonenden hebben daar ook klachten over ingediend. 2. Bij besluit van 8 juni 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van beide bomen. Aan dit besluit heeft het college het advies van de groenbeheerder van 5 juni 2020 ten grondslag gelegd. In dit besluit heeft het college aan vergunninghouder ook de verplichting opgelegd om twee bomen (van de derde grootte) te herplanten. 3. Eiser heeft een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 15 april 2021 heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de verleende vergunning in stand gelaten, conform het advies van de adviescommissie bezwaarschriften. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank beoordeelt de verleende omgevingsvergunning aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd. Het juridisch kader 5. In artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat, voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om houtopstand te vellen of te doen vellen, een zodanige bepaling als een verbod geldt om een project uit te voeren zonder omgevingsvergunning, voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat. Ingevolge artikel 2.18 van de Wabo kan, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, de omgevingsvergunning slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening. 5.1 Op grond van artikel 2:87, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Den Haag (de APV) is het verboden een houtopstand zonder vergunning of, indien de houtopstand is vermeld op de lijst van monumentale bomen zonder ontheffing, van het bevoegd gezag te vellen of te doen vellen. Op grond van artikel 2:88, eerste lid van de APV kan het bevoegd gezag de vergunning of ontheffing, als bedoeld in artikel 2:87, eerste lid, weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van: - natuur-, educatieve en milieuwaarden; - belevings- en gebruikswaarden. Heeft het college de omgevingsvergunning in redelijkheid kunnen verlenen? 6. Eiser betoogt dat het college de vergunning ten onrechte heeft verleend. Volgens eiser is er geen sprake van schaduwhinder, omdat de zon pas vanaf 16:00 uur de gevel belicht en op dat moment onder de boomkronen door schijnt. Verder heeft het college zich volgens eiser ten onrechte op het standpunt gesteld dat de bomen door de erfafscheiding breken. De Nordmann-spar staat daar volgens eiser zelfs enkele meters vandaan. Ten slotte heeft eiser erop gewezen dat het kappen van de bomen een groot verlies van natuurwaarden betekent. In de loop der jaren zijn er al meerdere mooie gezonde bomen gesneuveld. De resterende bomen kunnen daarom niet gemist worden, aldus eiser. 6.1 Het college heeft de argumenten voor het behoud van de bomen afgewogen tegen de argumenten voor het kappen van de boom. De argumenten voor het behoud van de bomen zijn:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.