RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.492 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, geboren op [geboortedatum] , van Eritrese nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] mede namens haar minderjarige dochter, [naam] , geboren op [geboortedatum] , van Eritrese nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. I.M. Hidding), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft op 1 februari 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij beschikking van 22 februari 2022 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Het hiertegen ingestelde beroep is op 18 november 2022 gegrond verklaard, waarbij aan verweerder is opgelegd een nieuwe beslissing te maken ten aanzien van de aanvraag van eiseres van 1 februari
- Bij brief van 20 december 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Eiseres heeft vervolgens op 5 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Overwegingen
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
- In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
- Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) moet, als na vernietiging door de rechter geen termijn voor het nemen van een beslissing is gesteld, het bestuursorgaan in beginsel beslissen binnen dezelfde termijn die gold voor het vernietigde besluit. De nieuwe beslistermijn bedroeg in dit geval, zoals volgt uit artikel 42, eerste lid, Vw 2000, zes maanden na de bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank.
- Eiseres heeft op 20 december 2022 verweerder in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn, die opnieuw is gaan lopen op 19 november 2022, nog niet verstreken. De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend, aangezien verweerder niet in gebreke is te beslissen. Daarmee is niet aan de vereisten van artikel 6:12 van de Awb voldaan.
- Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.