← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:518

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 22/1306 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 2 januari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het duurzaam verblijfsrecht van eiser wordt beëindigd. Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In het besluit van 15 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld op 18 februari

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen
  2. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een beroepschrift griffierecht geheven. Voor eiser is het griffierecht vastgesteld op €
  3. Op 6 mei 2022 heeft eiser verzocht om vrijstelling van het griffierecht vanwege betalingsonmacht. Bij brief van 9 mei 2022 heeft de rechtbank aan eiser verzocht om binnen een termijn van twee weken de gevraagde gegevens in te dienen. Op 3 juni 2022 heeft eiser een formulier ingediend voor vrijstelling van het griffierecht. Bij brief van 16 juni 2022 heeft de rechtbank het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
  4. Bij brief van 18 juni 2022 is eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen of binnen die termijn een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Daarbij is hij tevens gewezen op de mogelijkheid dat zijn beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
  5. Eiser heeft niet binnen voornoemde termijn het griffierecht betaald. Ook heeft eiser niet een op juiste wijze onderbouwd beroep op betalingsonmacht gedaan. Er is daarom op 17 juli 2022 aan eiser een nieuwe aangetekende brief verstuurd. Eiser is daarbij opnieuw in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen vier weken te betalen, dan wel binnen die termijn een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Eiser is nogmaals gewezen op de mogelijkheid dat zijn beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
  6. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen en dat er ook geen gegevens ter onderbouwing van het beroep op betalingsonmacht zijn aangeleverd.
  7. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
  8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, op 12 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.