RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL23.1143 en NL23.1315 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoekster geboren [geboortedatum] van Marokkaanse nationaliteit v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. S. Oukil), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft op 12 september 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster heeft op 13 januari 2022 twee beroepschriften ingediend vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag van verzoekster van 12 september
- Verweerder heeft in het besluit van 27 januari 2023 (alsnog) de aanvraag van verzoekster ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster zijn beroepen ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft aangegeven dat hij bereid is de proceskosten voor het indienen van het beroep niet tijdig beslissen in onderhavige procedure te vergoeden tot een bedrag van€ 418,
- De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Overwegingen
- De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
- De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende de beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoekster van 12 september
- Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
- De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoekster heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
- Nu er reeds een beroep was ingediend wegens het niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag van verzoekster en hierop nog geen uitspraak was gedaan (NL23.1143), was het beroep met kenmerk NL23.1315 niet-ontvankelijk. Gelet daarop bestaat er geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten inzake NL23.
- Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster inzake NL23.1143 tot een bedrag van € 418,50; - wijst het verzoek om proceskosten inzake NL23.1315 af. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.