← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:5622

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.846 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres, geboren op [geboortedatum], van Syrische nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] mede namens haar minderjarige kinderen: [naam] , geboren op [geboortedatum], V-nummer: [v-nummer] [naam] , geboren op [geboortedatum], V-nummer: [v-nummer] [naam] , geboren op [geboortedatum], V-nummer: [v-nummer] [naam] , geboren op [geboortedatum], V-nummer: [v-nummer] allen van Syrische nationaliteit (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: J. Singh). Procesverloop Eiseres heeft op 20 mei 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis. Bij brief van 21 november 2022 heeft referent een klacht ingediend bij verweerder wegens het uitblijven van een beslissing. Eiser heeft vervolgens op 10 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 31 januari 2023 verweerschrift ingediend. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
  3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  4. Verweerder moet uiterlijk binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag beslissen (artikel 2u, eerste lid, Vw). Verweerder heeft deze termijn met drie maanden verlengd.
  5. Op 21 november 2022 heeft referent een klacht ingediend bij verweerder. Zoals verweerder terecht in zijn verweerschrift stelt, kan een klacht niet gelden als een ingebrekestelling in de zin van artikel 6:12 van de Awb. Nu er geen geldige ingebrekestelling door eiseres is ingediend, is het door eiseres op 10 januari 2023 ingestelde beroep niet-ontvankelijk, omdat verweerder niet van tevoren in gebreke is gesteld.
  6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.