RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19506 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, opposant Procesverloop Bij uitspraak van 22 december 2022, heeft de rechtbank het beroep van [naam] (v-nummer [nummer]) tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag met toepassing van artikel 8:54 van de Awb gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigt en verweerder opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken op de asielaanvraag van eiser. Opposant heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb. Overwegingen
- De rechtbank heeft uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank of zij terecht tot een kennelijk oordeel is gekomen.
- Opposant heeft er terecht op gewezen dat de rechtbank er in de uitspraak van uit is gegaan dat verweerder op 15 september 2022 een ingebrekestelling door eiser heeft ontvangen, terwijl eiser het beroepschrift heeft ingediend op 29 september
- Uit deze feitenvaststelling volgt dat nog geen twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling, wat een voorwaarde is voor het instellen van een ontvankelijk beroep. De rechtbank heeft niet met voorbijgaan hieraan kunnen concluderen tot een kennelijk ontvankelijk en gegrond beroep.
- Daarnaast heeft opposant er terecht op gewezen dat in de rechtspraak wordt uitgegaan van het 8+8wekenmodel bij het bepalen van de aan opposant te stellen termijn voor het nemen van een beslissing op een asielaanvraag. De rechtbank volgt opposant in zijn uitleg van dit model dat voor een beslistermijn van 8 weken, zoals gesteld in de aangevallen uitspraak, slechts ruimte is indien mag worden aangenomen dat de vreemdeling niet meer hoeft te worden gehoord over zijn asielmotief.
- Opposant stelt terecht dat de rechtbank hiervan is afgeweken. Uit de enkele omstandigheid dat een aanmeldgehoor heeft plaatsgehad kan namelijk niet worden afgeleid dat de vreemdeling niet meer over zijn asielmotief hoeft te worden gehoord. Zoals opposant terecht opmerkt, wordt in een aanmeldgehoor slechts summier ingegaan op de redenen voor de aanvraag. Voor zover uit de overwegingen van de aangevallen uitspraak volgt dat het aan opposant was om zich hierover nader uit te laten, had de rechtbank opposant hierover moeten bevragen, alvorens een termijn te stellen voor het beslissen op de aanvraag. Nu dat niet is gebeurd, heeft de rechtbank niet tot het kennelijke oordeel kunnen komen dat een termijn van acht weken volstaat.
- Het verzet is daarom gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 22 december 2022 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Algemene wet bestuursrecht. ECLI:NL:RBDHA:2022:14074 Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid en onder b, van de Awb.