RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24500 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.J.M. Peeters), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.I. Latul). Procesverloop In het besluit van 12 oktober 2022 heeft verweerder verzoeker medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit 2022/38. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft op 28 maart 2023 een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 april 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Verzoeker heeft zich op 11 mei 2022 in de BRP van de gemeente Monnickendam geregistreerd. Hij heeft een BSN-nummer ontvangen en heeft voorzieningen ontvangen in het kader van de Richtlijn 2001/55/EG. Op 12 oktober 2022 heeft verzoeker verzocht om een verblijfssticker of afgifte van een ontheemdendocument, zodat hij gebruik kan blijven maken van de rechten die hieraan zijn verbonden. Hiertoe heeft verzoeker ter plaatse het formulier ten behoeve van een asielaanvraag (M35-H) en een antecedentenverklaring ingediend. Vanaf 1 augustus 2022 heeft verzoeker een arbeidsovereenkomst bij het bedrijf [bedrijf]. 2. Verweerder heeft bij standaardbrief van 12 oktober 2022 aan verzoeker meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor de tijdelijke bescherming omdat niet kan worden vastgesteld dat hij tot een van de doelgroepen behoort waarvoor tijdelijke bescherming is bedoeld. Verzoeker krijgt daarom geen verblijfssticker en/of Ontheemdendocument (O-document). Verzoeker kan daarom geen aanspraak (meer) maken op de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde. Ook heeft verweerder aangegeven dat de gemeente zal worden bericht dat verzoeker niet als tijdelijk beschermde wordt aangemerkt, waarbij de gemeente hem nader zal informeren over de consequenties daarvan voor het recht op opvang en voorzieningen. Tot slot heeft verweerder medegedeeld dat, indien verzoeker asiel wil aanvragen, de IND die aanvraag in behandeling zal nemen en dat hij gedurende de behandeling van die aanvraag ook recht op opvang heeft bij het COA. Als hij besluit geen asielaanvraag in te dienen, moet verzoeker Nederland in beginsel verlaten. Hij ontvangt dan ook geen opvang en voorzieningen. 3. Verzoeker heeft op 7 november 2022 bezwaar gemaakt. Het verzoek om een voorlopige voorziening van 30 november 2022 strekt ertoe dat de rechtsgevolgen van het besluit worden opgeschort tot vier weken na de beslissing op bezwaar en dat verweerder wordt opgedragen de eerder geweigerde verblijfsaantekening in zijn paspoort te verlenen zodat hij kan blijven werken gedurende de behandeling van zijn bezwaar. Spoedeisend belang 4. Uit het besluit volgt dat verzoeker niet langer aanspraak kan maken op de rechten en voorzieningen verbonden aan de status tijdelijk beschermde. Hoewel de opvang van verzoeker nog niet is beëindigd, mag verzoeker niet langer werken. Ook belemmert de onzekerheid de behandeling van verzoekers psychische klachten. Dit levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter spoedeisend belang op bij het beoordelen van de gevraagde voorlopige voorziening. Beoordeling van het verzoek 5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventuele bodemprocedure. 6. Verweerder heeft in het verweerschrift de achtergrond van Richtlijn 2001/55/EG, de implementatie daarvan in de Nederlandse wetgeving en de uitvoeringspraktijk geschetst. Voor zover hier van belang wijst verweerder erop dat alle Oekraïners die aanspraak maken op tijdelijke bescherming zich moeten melden bij een gemeente. Dit heeft verzoeker op 11 mei 2022 gedaan. De aanmelding geldt als de uiting van een asielwens. Verzoeker heeft dus sindsdien rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. Op een later moment wordt nader beoordeeld of wordt voldaan aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming. In het geval van verzoeker was dat moment op 12 oktober 2022. De conclusie dat verzoeker niet valt onder Richtlijn 2001/55/EG is bekend gemaakt in het besluit. Verweerder erkent dat het besluit niet is voorzien van een motivering waarin de specifieke omstandigheden kenbaar worden betrokken, maar wijst erop dat hij daartoe gedwongen is door het aantal te nemen besluiten. 7. Uit het verweerschrift blijkt dat verweerder zich in het geval van verzoeker heeft gebaseerd op zijn paspoort en de daarin opgenomen in- en uitreisstempels. Hieruit is gebleken dat hij reeds op 18 juli 2021 Oekraïne is uitgereisd en in de tussentijd niet meer in Oekraïne is geweest. Daarmee valt hij niet onder de doelgroep van het beleid zoals bedoeld in artikel 3.9a, eerste lid, sub a van het Voorschrift Vreemdelingen, aldus verweerder. 8. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet heeft weersproken dat hij Oekraïne op 18 juli 2021 heeft verlaten. Wel heeft hij gesteld dat hij op een gegeven moment naar Oekraïne is teruggegaan, waarna hij op 22 september 2022 weer naar Hongarije is gegaan. Verzoeker heeft verklaard geen legaal verblijf te hebben in een andere lidstaat of derde land van bestendig verblijf. Hij verbleef in Hongarije in zijn vrije termijn om werk te zoeken maar vanwege de strenge Covid-maatregelen kon hij na afloop niet terugkeren naar Oekraïne. Verzoeker heeft dit laatste echter niet met bewijsstukken onderbouwd. 9. De groepen vreemdelingen die volgens het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 van de Raad van de Europese Unie onder de reikwijdte van de Richtlijn tijdelijke bescherming vallen, zijn de volgende categorieën personen die sinds 24 februari 2022 ontheemd zijn geraakt als gevolg van de militaire invasie door de Russische strijdkrachten die op die datum begon:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.