RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Afdeling bestuursrecht zaaknummer: AWB 23/2572 uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 april 2023 in de zaak tussen [naam 1] , verzoeker, geboren op [geboortedatum 1] , V-nummer: [nummer 1] [naam 2] , verzoekster, geboren op [geboortedatum 2] , V-nummer: [nummer 2] [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] , V-nummer: [nummer 3] [naam 4] , geboren op [geboortedatum 4] , V-nummer: [nummer 4] [naam 5] , geboren op [geboortedatum 5] , V-nummer: [nummer 5] allen van Afghaanse nationaliteit, hierna te noemen: verzoekers, (gemachtigde: mr. L.A. Fischer) en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder. Procesverloop Op 16 januari 2023 heeft verweerder aan verzoekers medegedeeld dat de verstrekkingen zullen eindigen en wanneer verzoekers de opvanglocatie niet verlaten dat ook een ontruimingsprocedure zal worden gestart. Bij schrijven van 20 februari 2023 is namens verweerder, door de landsadvocaat, aan verzoekers medegedeeld dat de opvang van rechtswege is geëindigd en zijn verzoekers gesommeerd om de door hun gebruikte ruimte in het Asielzoekerscentrum (AZC) te ontruimen. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 23/
- Tevens hebben verzoekers de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het connexe beroep kennis te nemen. Overwegingen
- Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- Aangezien de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard om van het beroep met zaaknummer AWB 23/2571 kennis te nemen, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
- Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening zal worden afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Willems-Keekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift aan partijen verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.