← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:5990

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.2318 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.M.G. Crompvoets), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Bonth). Procesverloop Bij besluit van 18 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure buiten behandeling gesteld. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 6 april 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen

  1. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw in samenhang gelezen met artikel 3.45b, tweede lid van het VV en paragraaf C2/8 van de Vc kan een aanvraag buiten behandeling worden gesteld wanneer de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor en hij niet binnen een termijn van twee weken heeft aangetoond dat dit niet aan hem is toe te rekenen.
  2. Eiser is eerst uitgenodigd voor een gehoor op 19 september
  3. Eiser is toen niet verschenen. Aan eiser is op 20 september 2022 een voornemen verzonden waarin hem twee weken de tijd werd gegund om een verschoonbare reden op te geven voor zijn afwezigheid. Eiser heeft de dag na het verlopen van die termijn gereageerd, evenwel zonder opgave van een verschoonbare reden. Verweerder heeft eiser desondanks opnieuw uitgenodigd voor een gehoor op 8 december
  4. Eiser is toen opnieuw niet verschenen, waarbij verweerder echter niet uitsluit dat dit te wijten was aan logistieke problemen.
  5. Eiser is voor de derde maal uitgenodigd voor een gehoor op 18 januari
  6. Eiser is opnieuw niet verschenen. Ook hier is geen sprake van een verschoonbare reden. Zelfs als moet worden uitgegaan van eisers stelling dat hij zich die dag heeft gemeld op de locatie van zijn gehoor maar niet werd toegelaten omdat hij de uitnodigingsbrief niet bij zich had, komt dit voor zijn rekening. In die brief stond immers dat eiser deze naar het gehoor mee moest nemen.
  7. Tegen die achtergrond is er geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder eiser, alvorens de aanvraag buiten behandeling te stellen, opnieuw voor een gehoor had moeten uitnodigen. Eiser is naar aanleiding van het voornemen van 20 september 2022 ook in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen van verweerder om tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod op te leggen. Dat eiser daar toen geen gebruik van heeft gemaakt, heeft niet tot gevolg dat verweerder na 18 januari 2023 een nieuw voornemen had moeten uitbrengen. Ook ambtshalve ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit en een inreisverbod heeft uitgevaardigd.
  8. Eiser heeft zijn stelling dat hij niet kan terugkeren naar Algerije omdat dit leidt tot schending van artikel 3 van het EVRM niet onderbouwd. Eiser kan bovendien opnieuw een asielaanvraag indienen. Deze aanvraag wordt dan, zoals in het verweerschrift nog eens is benadrukt, behandeld als een eerste asielaanvraag. Dit betekent dat eiser opnieuw in de gelegenheid zal worden gesteld om de redenen voor zijn vlucht uit zijn land van herkomst kenbaar te maken. Van een schending van het verbod van refoulement is geen sprake.
  9. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Vreemdelingenwet
  10. Voorschrift Vreemdelingen 2000 Vreemdelingencirculaire
  11. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.