RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19968 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen van [eiser], eiser, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. F.H. Bruggink), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. Z. Abachi). Procesverloop In het besluit van 9 november 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis (hierna: mvv-nareis) afgewezen. In het besluit van 14 september 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 29 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Referente is verschenen met als tolk A. Hairan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1987 en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Eiser heeft een aanvraag voor een mvv-nareis ingediend, omdat hij bij zijn echtgenote mevrouw [naam] (hierna referente) in Nederland wenst te verblijven. Referente is op 5 augustus 2020 Nederland ingereisd en is zij op 27 maart 2021 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. 2. Verweerder heeft die aanvraag in het primaire besluit afgewezen, omdat eiser zijn partnerschap met referente niet heeft aangetoond. Ook was volgens verweerder ten tijde van het peilmoment – het moment dat referente Nederland inreisde – geen feitelijke gezinsband tussen eiser en referente. In het bestreden besluit neemt verweerder aan dat tussen eiser en referente sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, wat maakt dat niet verder wordt getoetst of sprake is van een partnerschapsrelatie. Verweerder handhaaft echter de afwijzing van eisers aanvraag, omdat volgens verweerder geen sprake is van een feitelijke gezinsband tussen eiser en referente. Wat vinden partijen in beroep? 3. Eiser vindt dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting in bezwaar heeft gehouden. Verder vindt eiser dat het bestreden besluit evident in strijd is met recente rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), nu daaruit volgt dat er altijd een belangenafweging moet worden gemaakt, ook als er - volgens verweerder - geen sprake is van beschermenswaardig gezinsleven. Verweerder werpt ten onrechte tegen dat tussen eiser en referente ten tijde van het peilmoment geen werkelijk gezinsleven bestond, nu sprake is van een vluchtsituatie in welk kader referente ook asiel heeft aangevraagd. Dat samenwoning niet onder alle omstandigheden bepalend is voor het aannemen van gezinsleven, blijkt onder meer uit de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2017. Ook houdt verweerder onvoldoende rekening met mogelijke culturele verschillen, onder meer door de bewezen serieuze gezinsband als zijnde van onvoldoende gewicht aan te merken. 4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij niet gehouden is om een belangenafweging te maken bij het afwijzen van een aanvraag voor een mvv-nareis, aangezien het toetsingskader niet wordt bepaald door artikel 8 van het EVRM, maar door artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder merkt verder op dat het samenwoningvereiste in samenhang met alle andere feiten en omstandigheden is betrokken in de beoordeling. Ook stelt verweerder zich op het standpunt dat de feiten en omstandigheden die bij de beoordeling zijn betrokken niet cultureel van aard zijn. Verweerder vindt dat hij in deze zaak mocht afzien van horen, waarbij van belang is dat er geen artikel 8 EVRM-aspecten aan de orde zijn en ook niet is gebleken ten aanzien waarvan eiser concreet gehoord had willen worden. Wat is het oordeel van de rechtbank? Feitelijke gezinsband 5. Tussen partijen is met name in geschil of er tussen eiser en referente sprake is van een feitelijke gezinsband. Uit het beleid van verweerder, als opgenomen in paragraaf C2/4.1.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000, volgt namelijk dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 wordt verleend, als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.