← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:6198

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6018 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser, geboren op [geboortedatum] , V-nummer: [v-nummer] mede namens zijn minderjarige kinderen: [naam] , geboren op [geboortedatum]v-nummer: [v-nummer] [naam] , geboren op [geboortedatum] v-nummer: [v-nummer] allen van Syrische nationaliteit (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: L. el Razouki). Procesverloop Eiser heeft op 9 augustus 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis. De aanvraag is op 22 augustus 2022 door verweerder ontvangen. Bij brief van 7 februari 2023 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Eiser heeft vervolgens op 28 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 14 maart 2023 een verweerschrift ingediend. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
  3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  4. Verweerder moet uiterlijk binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag beslissen (artikel 2u, eerste lid, Vw). De eerste dag van de beslistermijn was 23 augustus 2022, de dag na ontvangst van de mvv-aanvraag. De laatste dag van de beslistermijn zou daardoor, met inachtneming van de termijn van 90 dagen, aanvankelijk 18 november 2022 zijn. Verweerder heeft echter de beslistermijn met drie maanden verlengd. Hierdoor was 18 februari 2023 de laatste dag waarop verweerder kon beslissen op de aanvraag van eiser.
  5. De ingebrekestelling is door eiser ingediend op 7 februari 2023 en door verweerder ontvangen op 8 februari
  6. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dat maakt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend en niet geldig is. Daarmee is niet aan de vereisten van artikel 6:12 van de Awb voldaan.
  7. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
  8. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.