RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.12240 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 2 december 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 28 april 2023 gesloten. Overwegingen
- Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
- De rechtbank stelt voorop dat zij de maatregel van bewaring en het voortduren ervan al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste (vervolg)beroep, 1 maart 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
- Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring te lang voortduurt zonder dat de bewaringsmaatregel is onderworpen aan rechterlijke toetsing. De gemachtigde van eiser stelt slechts wetenschap te hebben van de datum van de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 december
- Door hierna geen kennisgeving te verzenden handelt verweerder onvoldoende voortvarend, dan wel anderszins onrechtmatig.
- Vaststaat dat eiser, met behulp van zijn toenmalige gemachtigde, op 24 februari 2023 beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. De rechtbank heeft het onderzoek in die zaak op 1 maart 2023 gesloten en op diezelfde datum uitspraak gedaan op het beroep. Het voortduren van de maatregel van bewaring is dus ook na 27 december 2022 aan periodieke rechterlijke controle onderworpen geweest. De beroepsgrond van eiser slaagt daarom niet.
- Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Gelet op het geheel aan de door verweerder verrichte vertrekhandelingen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de voorbereiding van het vertrek van eiser.
- Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg van 19 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13904, van 1 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2700.