← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:6634

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.14978 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, geboren op [geboortedatum], van Syrische nationaliteit, V-nummer: [v-nummer], (gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 8 oktober 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser heeft op 3 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Op 4 oktober 2022 heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag. Eiser heeft het beroep op 12 april 2023 ingetrokken, maar wil nog dat de rechtbank overgaat tot veroordeling van verweerder in de proceskosten. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
  3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van eiser. Verweerder heeft immers op 4 oktober 2022 een inwilligend besluit genomen op de aanvraag van eiser.
  4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €418,
  5. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier. griffier rechter De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.